Diario de Sevilla
Het relaas van een jonge Vlaming op avontuur in het bruisende hart van Andalousië
Adres
Calle Vara del Rey 4 1°D 41003 SEVILLA (ESPAÑA)
2138
17-11-2009 Algemeen
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken...Capítulo 20: in alle Baltische staten

 

De trekzak, die als een waar martelaarskruis mijn rug geteisterd had op mijn vrijwillige lijdensweg naar Santiago de Compostela, was nog niet leeggemaakt en mijn pelgrimsplunje hing nog vrolijk te drogen aan de wasdraad of ik mocht drie weken geleden alweer mijn koffers pakken. Ditmaal werd koers gezet naar de verre en barre Baltische staten, met tussenstop in die mondaine metropool die naar de naam Londen luistert. Een noodzakelijke halte, daar er anno 2009 geen luchtbrug bestaat die deze twee uithoeken van Europa met elkaar verbindt.

Maar laat ons zeggen dat we het noodzakelijke aan het aangename gekoppeld hebben door van de gelegenheid gebruik te maken om een weekendje door te brengen in de stad waar Michael Jackson zijn grote comebacktournee op gang zou schieten. Het heeft niet mogen zijn.

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik nooit echt wild gelopen heb van de Angelsaksische wereld. Nee, gaf mij dan maar de mediterraanse mensen, culturen, talen, klimaten en gastronomie.

Maar ik moet toegeven dat Londen me aangenaam verrast heeft. Het meest van al was ik nog onder de indruk van de gezellige, multiculturele sfeer die het straatbeeld er onder impuls van een haastige hyperheterogene mensenzee uitademt. Los daarvan beschikt de stad natuurlijk over monumenten, parken en een geschiedenis om u tegen te zeggen.

Maar goed, na drie dagen Londen ging het dus naar het Litouwse Kaunas, alwaar onze uitgeweken Sevillaanse maat Manolo (lokaal beter bekend als Playboy Manu) ons kwam ophalen met de huurwagen om ons vervolgens tot bij hem thuis in Vilnius te brengen, de hoofdstad en tevens de uitvalsbasis voor onze (culturele) strooptocht langs Baltische jaagpaden.

Vanuit Vilnius zouden we langs oneindige kaarsrechte wegen noordwaarts cruisen richting Riga en Tallinn, de hoofdsteden van respectievelijk (even denken want enige verwarring is mij niet vreemd) Letland en Estland.

Om jullie leesgeduld niet op de proef te stellen, zal ik het voor deze keer houden op enkele algemene bevindingen.

Van de drie steden die ik bezocht heb, heeft Riga veruit de slechtste indruk achtergelaten. Grote maar tegelijk grijze stad met een triest straatbeeld en zonder echte monumenten die naam waardig. Het interessantste dat we daar gezien hebben was zowaar een museum over de Russische strafkampen.  

st-alexander-nevsky-cathedral-tallinnTallinn en Vilnius zijn dan weer kleine en pittoreske steden waar het onlangs de gure temperaturen gezellig vertoeven is en die qua architectuur veel minder communistisch aandoen dan hun Letse tegenhanger. Absolute parels op dat vlak was voor mij persoonlijk de orthodoxe kerken van Tallinn en Vilnius (zie foto).

Buiten een fetisj-party hebben we niet veel kunnen proeven van het lokale cultuurleven, maar het feit dat Vilnius momenteel fier de titel van culturele hoofdstad van Europa draagt, zegt toch ook wel wat.

Waar we ons dan weer wel uitgebreid aan tegoed gedaan hebben, is de Baltische gastronomie. En ik moet zeggen dat op uitzondering van een typisch Litouws aardappelgerecht mijn smaakpapillen noch maag nimmer geprotesteerd hebben. In die mate zelfs dat ik in Estland de beste soep ooit gegeten heb, en dat wil toch wat zeggen met een ware keukenprinses als moeder. Maar goed, soep is dan ook voor de Balten wat frieten zijn voor Belgen. Ik wil maar zeggen dat ze er traditioneel wel wat van kennen.

vilnius3Waar ze in die contreien ook allesbehalve slecht in zijn, is een feestje bouwen. Zo onvriendelijk en koel de mensen daar doorgaans zijn in het dagelijkse leven, zo goedlachs en uitgelaten zijn ze wanneer ze de meestal vastgevroren teugels eens mogen laten botvieren. Ze ontdooien als het ware.

De sociologen in ons waren dan ook zo grenzeloos geïnteresseerd in deze toch wel merkwaardige metamorfose, dat we ons genoodzaakt zagen elke avond op expertise uit te trekken. En we zagen dat het goed was.

Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat het feit dat Moeder Natuur de Baltische staten qua vrouwelijke genetica een wel zeer bevoorrechte positie toebedeeld heeft, inzake motivatie ook wel zijn bijdrage geleverd heeft. Als dit niet mooi gezegd is.

Nee, ik overdrijf echt niet wanneer ik zeg dat ik nog nooit zoveel vrouwelijk schoon per vierkante meter heb mogen aanschouwen als in een Litouwse, en bij uitbreiding Baltische bar of disco. Dit bovendien dan nog in schril contrast met de meestal lompe en lelijke venten die ginds echt wel met hun dik gat in de boter gevallen zijn.

Maar goed, het was dus alles tesamen een vermoeiende maar interessante reis die me in het algemeen positief verrast heeft. Want, eerlijk is eerlijk, ware het niet van Manolo ik zou nooit (of toch minstens niet zo snel) uit eigen beweging het initiatief genomen hebben om de Baltische staten te doorkruisen, en zeker niet in deze periode van het jaar. Maar het was een keer wat (totaal) anders dat ik jullie in warmere seizoenen zeker niet afraad.

En zo kwam er op Allerheiligen een eind aan wat een bewogen maand vol culturele, fysieke en nachtelijke uitspattingen geweest was. Zo vol dat het postkaartenbestand ten huize Missiaen zowat uit zijn voegen moet aan het treden zijn. Maar geen paniek, nu blijf ik waarschijnlijk tot eind december op mijn reishonger zitten, wanneer ik ter gelegenheid van de herdenking van de geboorte van Christus naar het mij wel bekende België trek. Maar daarover later meer.

 

Delen
17-11-2009, 22:07:35 Thomas


(0 Stemmen) Reacties (0)
23-10-2009 Algemeen
Gebruik deze link als u rechtstreeks dit artikel wilt bookmarken of linken...Capítulo 19: camino de Santiago

Na een tijdspanne van communicatieve windstilte, richt deze uitgeweken apostel nog eens het woord tot zijn trouwste parochianen. De metafoor kan ditmaal trouwens bezwaarlijk beter gekozen zijn, aangezien ik net terug ben van een tocht die traditioneel beschouwd wordt als een eerbetoon aan de heilige Sint Jacobus (Santiago in het Spaans), een van Jezus' 12 apostelen die volgens de overlevering in het Noord-Spaanse Santiago de Compostela (Galicië) begraven ligt.
Doch in mijn geval was de beweegreden allesbehalve religieus. Bovengenoemde pelgrimstocht sprak al veel langer tot mijn verbeelding omwille van de fysieke en mentale uitdaging en de culturele en natuurlijke pracht waaraan ik onderweg zou blootgesteld worden.
Vertrekpunt was niet toevallig Salamanca, de stad waar ik ondertussen reeds zeven jaar geleden Erasmus-gewijs met Spanje kennisgemaakt had. Een uiterst aangename kennismaking met de voor jullie allen ondertussen alom bekende en evidente gevolgen vandien.
Het was trouwens best wat raar om na meer dan zes jaar afwezigheid terug te keren naar de plek waar het allemaal begon. Aanvankelijk was het nog wat zoeken, maar gaandeweg kwamen de herkenningspunten en de daarbij horende herinneringen druppelsgewijs terug. De Plaza Mayor, de faculteit, de kiosk waar ik mijn sportgazetjes kocht, de bars en restaurants die ik frequenteerde, mijn appartement, allemaal heb ik het teruggezien. Je zou voor minder in een weemoedige bui verzeild geraken.
Maar goed, na een weekendje plezier en gastronomische geneugten werd vorige week maandag dus het startschot gegeven van een odyssee vol fysieke en mentale zelfpijniging. Met goeie moed en een veel te zware rugzak zette ik aan de lokale stierenarena met mijn stalen ros koers richting het verre Santiago.
454 kilometer in vijf dagen had ik me vooropgesteld, dat moest lukken. De eerste dag raakte ik, vooruitgestuwd door mijn toen nog frisse benen, nog aan 90 kilometer. Maar na dag twee was het al duidelijk dat mijn planning hopeloos in de war gestuurd zou worden. Die dag had ik immers naast hardnekkige tegenwind te kampen met niet te harden krampen en een zitvlak dat nauwelijks nog contact met het zadel duldde. Resultaat: slechts 50 kilometer op de teller. Over naar Plan B dus.
In een zeldzame bui van realisme, en moederziel alleen verblijvend in de pelgrimsherberg, nam ik die avond de wijze beslissing om niet te forceren en me voortaan tevreden te stellen met een daggemiddelde van 65 à 70 km. Dat was het getal dat op alle websites aanbevolen werd en zich bovendien het best zou schikken naar mijn toch wel gebrekkige conditie. Je mag namelijk niet vergeten dat ik sinds ik in Spanje woon nauwelijks aan sport doe (laat staan op een fiets gezeten heb) en mijn sowieso ontoereikende fysieke voorbereiding in de kiem gesmoord werd door een accidentje met de brommer waar ik toch wel tamelijk gehavend en geschaafd uitgekomen was en me derhalve belette om aan enige vorm van sport te doen.
Maar ik moet zeggen dat vanaf dag drie eigenlijk alles naar wens verlopen is. Mijn dagdoelstelling werd telkens moeiteloos gehaald en ik was altijd mooi op tijd binnen in de herberg. Ook de pijn slinkte weg met de onophoudelijk schijnende zon (ben zodanig bruin dat het wel lijkt alsof ik mijn kousen en koersbroek nog altijd aan heb) en op mijn achterwerk kwam er elke dag een laagje "eelt" bij dat in dit geval door ondergetekende als een waar godsgeschenk ontvangen werd.
Gevolg van mijn gewijzigde planning was jammer genoeg wel dat ik om op tijd in Santiago te geraken, een deel van het traject met de bus heb moeten afleggen. Je mag dus gerust stellen dat ik "genen echten" ben, hoewel ik persoonlijk gezien de omstandigheden toch tevreden ben met mijn prestatie. Anderzijds heb ik me ook nu al voorgenomen om ooit terug te keren, al was het maar om het stuk van de route dat ik nu niet heb kunnen doen, te voet of per fiets af te leggen.
Maar goed, ik heb alvast mijn eerste compostella (soort diploma dat je krijgt als je minimum 100 km te voet of 200 km per fiets afgelegd hebt) en ik moet zeggen dat het me toch wel wat deed toen de priester tijdens de pelgrimsdienst "un belga desde Sevilla" afriep. Blijkbaar wordt er in dergelijke mis dagelijks een lijst afgelopen met de nationaliteit en vertrekpunt van alle pelgrims die Santiago bereikt hebben. Maar bij mij hebben ze mijn woonplaats dus blijkbaar verward met mijn vertrekplaats. Het zij hen vergeven.
De ervaring is al bij al positief te noemen, al waren de mooie landschappen en (interessante) ontmoetingen schaars te noemen en heb ik verhoudingsgewijs veel meer afgezien dan genoten.
Wat ook tegenviel is dat het in de meeste herbergen een gewoonte en (ongeschreven) wet is om ten laatste om tien uur gaan slapen en om zeven uur op te staan. En als je probeert om langer te blijven liggen, dan is er nog altijd de eigenaar van de herberg die je eigenhandig komt wekken (echt gebeurd!). Het zal jullie niet verwonderen dat dit alles niet echt strookt met het levensritme dat ik hier in Sevilla gewoon ben.
Maar goed, anderzijds heb ik mijn grenzen leren kennen en verleggen en heb ik met Santiago toch wel een prachtige stad mogen verkennen in het aangename gezelschap van de autochtone Maria, een vriendin van een maat die ik op voorhand eigenlijk alleen maar van op foto kende. Over foto's gesproken, bij deze beloof ik er binnenkort enkele op Facebook te zetten.
Voor de rest kan ik alleen maar melden dat ik vanavond alweer mijn vleugels uitstrek. Ja, ik weet het, het kan niet op deze maand. Ik ga namelijk met een maat een andere Sevillaanse maat bezoeken die al enkele jaren woont en werkt in het Litouwse Vilnius. We vertrekken morgenavond richting Londen, brengen daar het weekend door, en zullen dan verder koers zetten richting Oost-Europa. Bedoeling is om naast Vilnius ook die andere Baltische hoofdsteden Riga en Talinn aan te doen. Maar goed, daar zal ik ongetwijfeld de volgende keer wel in geuren en kleuren verslag over uitbrengen.
In afwachting daarvan zeg ik zoals altijd: hou jullie goed en tot hoors.

vuestro viajero,

Thomas

Delen
23-10-2009, 17:43:23 Thomas


(4.8/5 - 4 Stemmen) Reacties (2)
Vorige pagina
Archief
Reacties
E-mail

Druk op de knop hieronder om me een mail te versturen.