|
De trekzak, die als een waar martelaarskruis mijn rug geteisterd had op mijn vrijwillige lijdensweg naar Santiago de Compostela, was nog niet leeggemaakt en mijn pelgrimsplunje hing nog vrolijk te drogen aan de wasdraad of ik mocht drie weken geleden alweer mijn koffers pakken. Ditmaal werd koers gezet naar de verre en barre Baltische staten, met tussenstop in die mondaine metropool die naar de naam Londen luistert. Een noodzakelijke halte, daar er anno 2009 geen luchtbrug bestaat die deze twee uithoeken van Europa met elkaar verbindt. Maar laat ons zeggen dat we het noodzakelijke aan het aangename gekoppeld hebben door van de gelegenheid gebruik te maken om een weekendje door te brengen in de stad waar Michael Jackson zijn grote comebacktournee op gang zou schieten. Het heeft niet mogen zijn. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik nooit echt wild gelopen heb van de Angelsaksische wereld. Nee, gaf mij dan maar de mediterraanse mensen, culturen, talen, klimaten en gastronomie. Maar ik moet toegeven dat Londen me aangenaam verrast heeft. Het meest van al was ik nog onder de indruk van de gezellige, multiculturele sfeer die het straatbeeld er onder impuls van een haastige hyperheterogene mensenzee uitademt. Los daarvan beschikt de stad natuurlijk over monumenten, parken en een geschiedenis om u tegen te zeggen. Maar goed, na drie dagen Londen ging het dus naar het Litouwse Kaunas, alwaar onze uitgeweken Sevillaanse maat Manolo (lokaal beter bekend als Playboy Manu) ons kwam ophalen met de huurwagen om ons vervolgens tot bij hem thuis in Vilnius te brengen, de hoofdstad en tevens de uitvalsbasis voor onze (culturele) strooptocht langs Baltische jaagpaden. Vanuit Vilnius zouden we langs oneindige kaarsrechte wegen noordwaarts cruisen richting Riga en Tallinn, de hoofdsteden van respectievelijk (even denken want enige verwarring is mij niet vreemd) Letland en Estland. Om jullie leesgeduld niet op de proef te stellen, zal ik het voor deze keer houden op enkele algemene bevindingen. Van de drie steden die ik bezocht heb, heeft Riga veruit de slechtste indruk achtergelaten. Grote maar tegelijk grijze stad met een triest straatbeeld en zonder echte monumenten die naam waardig. Het interessantste dat we daar gezien hebben was zowaar een museum over de Russische strafkampen. Tallinn en Vilnius zijn dan weer kleine en pittoreske steden waar het onlangs de gure temperaturen gezellig vertoeven is en die qua architectuur veel minder communistisch aandoen dan hun Letse tegenhanger. Absolute parels op dat vlak was voor mij persoonlijk de orthodoxe kerken van Tallinn en Vilnius (zie foto).
Buiten een fetisj-party hebben we niet veel kunnen proeven van het lokale cultuurleven, maar het feit dat Vilnius momenteel fier de titel van culturele hoofdstad van Europa draagt, zegt toch ook wel wat. Waar we ons dan weer wel uitgebreid aan tegoed gedaan hebben, is de Baltische gastronomie. En ik moet zeggen dat op uitzondering van een typisch Litouws aardappelgerecht mijn smaakpapillen noch maag nimmer geprotesteerd hebben. In die mate zelfs dat ik in Estland de beste soep ooit gegeten heb, en dat wil toch wat zeggen met een ware keukenprinses als moeder. Maar goed, soep is dan ook voor de Balten wat frieten zijn voor Belgen. Ik wil maar zeggen dat ze er traditioneel wel wat van kennen. Waar ze in die contreien ook allesbehalve slecht in zijn, is een feestje bouwen. Zo onvriendelijk en koel de mensen daar doorgaans zijn in het dagelijkse leven, zo goedlachs en uitgelaten zijn ze wanneer ze de meestal vastgevroren teugels eens mogen laten botvieren. Ze ontdooien als het ware.
De sociologen in ons waren dan ook zo grenzeloos geïnteresseerd in deze toch wel merkwaardige metamorfose, dat we ons genoodzaakt zagen elke avond op expertise uit te trekken. En we zagen dat het goed was. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat het feit dat Moeder Natuur de Baltische staten qua vrouwelijke genetica een wel zeer bevoorrechte positie toebedeeld heeft, inzake motivatie ook wel zijn bijdrage geleverd heeft. Als dit niet mooi gezegd is. Nee, ik overdrijf echt niet wanneer ik zeg dat ik nog nooit zoveel vrouwelijk schoon per vierkante meter heb mogen aanschouwen als in een Litouwse, en bij uitbreiding Baltische bar of disco. Dit bovendien dan nog in schril contrast met de meestal lompe en lelijke venten die ginds echt wel met hun dik gat in de boter gevallen zijn. Maar goed, het was dus alles tesamen een vermoeiende maar interessante reis die me in het algemeen positief verrast heeft. Want, eerlijk is eerlijk, ware het niet van Manolo ik zou nooit (of toch minstens niet zo snel) uit eigen beweging het initiatief genomen hebben om de Baltische staten te doorkruisen, en zeker niet in deze periode van het jaar. Maar het was een keer wat (totaal) anders dat ik jullie in warmere seizoenen zeker niet afraad. En zo kwam er op Allerheiligen een eind aan wat een bewogen maand vol culturele, fysieke en nachtelijke uitspattingen geweest was. Zo vol dat het postkaartenbestand ten huize Missiaen zowat uit zijn voegen moet aan het treden zijn. Maar geen paniek, nu blijf ik waarschijnlijk tot eind december op mijn reishonger zitten, wanneer ik ter gelegenheid van de herdenking van de geboorte van Christus naar het mij wel bekende België trek. Maar daarover later meer.
|