29-03-12

Capítulo 23: incienso en azahar

Beste vrienden en familie,

 

Na een staakt-het-schrijven dat zich stilaan de onrustwekkende gedaantes van een heuse writer’s block begon aan te meten, heb ik besloten nog eens de pen ter hand te nemen.

Een bijzondere reden daarvoor is er niet, al valt er natuurlijk altijd wel iets te vertellen of te melden uit het schone Sevilla. En al zeker wanneer april reeds vol verwachting om de hoek komt leunen, een maand die de van nature sowieso al trotse lokale bevolking bij uitstek aanzet tot buitensporige zelfbewieroking.

sem santa 2.jpgDit laatste kan zelfs gerust letterlijk genomen worden, want de voor de deur staande Semana Santa staat niet enkel synoniem voor ellenlange processies, maar ook voor azahar en incienso. Een welriekende walm van sinaasappelbloesems en wierook  waarvan je bij het flaneren door de oude stad gegarandeerd bedwelmd raakt.

De Goede Week staat dit jaar echter ook in het teken van het bezoek van mijn jongste tante, Brigiet, die me na een resem vergeefse uitnodigingen enkele dagen met haar altijd vrolijke aanwezigheid komt verblijden.

Ze zal dus deel uitmaken van de mensenmassa die vanop de eerste (of tweede of derde) rij mag aanschouwen hoe de heiligenbeelden hier een week lang gracieus en vol overgave rondgedragen, aanbeden en zelfs bezongen worden. Dag in dag uit, dag en nacht. Gezegend zij (voor sommigen) de uitvinder van de oordopjes.

Op Palmzondag is het echter niet alleen hier hoogmis. Op die dag vormen de Vlaamse Ardennen immers het pittoreske strijdtoneel van de enige echte Ronde. Vlaanderens Mooiste wordt wel eens gezegd, maar voor mijn part is er nergens ter wereld een koers die deze nog maar naar de troon kan stoten. En als er dan ook één dag is dat ik liever daar zou zijn dan hier, dan is het wel deze.

Dit jaar zal dit voorrecht echter niet voor mij weggelegd zijn en zal ik mij waarschijnlijk moeten beperken tot het volgen van de eindfase van de koers op de Spaanse televisie. Maar je begrijpt, dat is hetzelfde niet. Zeker in een natie waar bij velen zelfs de namen van Boonen of landgenoot Flecha met moeite een belletje doen rinkelen.

Net als vorig jaar zal ik echter wel weer van de partij zijn voor Parijs-Roubaix, aangezien ik van 4 tot 11 april er een weekje tussenuit knijp voor een bezoekje aan la familia y los amigos. Bij deze zijn jullie allen daarvan op de hoogte gebracht.

Bij mijn terugkeer zal ik me dan alweer mogen opmaken voor de volgende feestweek die de Sevillaanse feria4.jpgaprilmaand rijk is: de Feria. Met bezoek van de gerepatrieerde Steven en temperaturen waar we tijdens de Belgische zomer alleen maar van kunnen dromen incluis. Je kan dus gerust stellen dat de vooruitzichten voor de komende maand er bijlange niet slecht uitzien.

Dit in schril contrast met die van de nationale economie. Die was onder het socialistisch bewind al ernstig ziek, maar blijkbaar kon het nog slechter. De hervormingen van de nieuwe centrum-rechtse regering missen (voorlopig) effect en bijval, met de algemene staking van vandaag tot gevolg.

Zo is een van de genomen maatregelen die om het voor de werkgever eenvoudiger en goedkoper te maken om mensen te ontslaan. Twee van mijn beste vrienden zijn er meteen de dupe van geworden. Gevolg: een (tevens mijn roommate) verhuist naar Madrid, terwijl de andere zijn geluk gaat beproeven in Berlijn. Leuk is anders, but life goes on.

Goed, beste mensen, dat was het zowat.

Ik zou zeggen, hou jullie goed en hopelijk tot binnenkort of een andere keer in België of Spanje.

 

Saludos,

 

Thomas

16:40 Gepost door Thomas Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |

06-12-10

Capítulo 22: Klerikale stilte

Na een stilzwijgen waar zelfs de Belgische clerus een puntje kan aan zuigen, heeft deze uitgeweken Sint-Laurentius parochiaan besloten de lippen niet langer stijf op elkaar te houden. Het moet namelijk niet altijd geestrijk vocht zijn dat vloeit, het mag bij tijd en stond ook eens inkt zijn. En als men zich in een niet eens zo ver verleden bekwaamd heeft in de kunst van de journalistiek, valt dat zelfs ergens te beschouwen als een morele plicht.

Wanneer ik een vluchtige blik in het verleden werp, kom ik tot het ietwat schokkende besef dat het zowat een volledige zwangerschap geleden moet zijn dat ik nog een geschreven teken van leven gegeven heb vanuit het land dat bij de bookmakers met stip staat genoteerd om na Griekenland en Ierland, althans wat het vak economie betreft, het derde kneusje van de Europese klas te worden.

Spanje raakt namelijk maar niet uit het slop en een algemene staking ten spijt lijkt er ook niet meteen beterschap op komst. Gelukkig is de paus op bezoek gekomen en bestaat er ook nog zoiets als sport om de moraal en aangeboren trots van de Spaanse bevolking af en toe een zetje te geven en eigenlijk wonderwel onaangetast te laten. Want geef nu toe, tegelijkertijd numero uno  zijn in universele sporten als voetbal, tennis en wielrennen (en op een haar na ook Formule 1) is maar weinig landen gegeven.

Explanada_Rey.jpgDe absolute apotheose vond natuurlijk plaats op die hete zomeravond dat de nationale voetbaltrots in Johannesburg voor het eerst in haar geschiedenis de wereldbeker in de lucht mocht steken. Het spontane straatfeest dat toen na het laatste fluitsignaal losbrak en waar ik me natuurlijk maar al te graag liet in meeslepen, was wat mij betreft nooit gezien en zal, zeker Belg zijnde, misschien wel voor de rest van mijn leven onovertrefbaar blijven. (Foto: huldiging van de nationale ploeg in Madrid)

Wat is er voor de rest nog zoal het vermelden waard? Dat ik afgelopen zomer verhuisd ben naar een mooier en centraler gelegen appartement bijvoorbeeld. Of dat we met ons bedrijf een nieuw groot project in Sevilla binnengerijfd hebben. Ook dat ik sinds kort gitaarlessen aan het volgen ben. En ik een maand geleden vrienden ben gaan bezoeken in Italië en op die manier in nauwelijks een week tijd Firenze, Lucca, Orvieto, Rome en Perugia op het netvlies heb mogen branden. Daar kan zowaar de grootste toerist uit het land van de rijzende zon niet aan tippen.

Over vakantie gesproken trouwens, vandaag is het hier feestdag. En nee, daar hebben Sinterklaas en Zwarte Piet niets mee te maken. In deze contreien hebben ze trouwens nog nooit gehoord van die goede, oude man met de mijter en de lange witte baard. En wij als kind maar zingen van “zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan”.

Verder kan ik jullie ook nog meedelen dat ik naar goede gewoonte van 23 december tot en met 9 januari de kerstperiode zal doorbrengen in het land dat ondanks een steeds langer wordend lijstje van verkenners, verduidelijkers, bemiddelaars en (pre-)formateurs niet in staat blijkt om op een half jaar een regering te vormen.

Zo, hou jullie goed allemaal en hopelijk tot binnenkort in België.

 

Abrazos y besos,

 

Thomas

 

19:48 Gepost door Thomas Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

30-03-10

Capitulo 21

 

Beste mensen,

 

Na ontwaakt te zijn uit een toch wel heel lange winterslaap laat jullie geliefde gezant nog eens van zich spreken. De wapenfeiten zijn gering, doch worden overtroffen door een schrijfkriebel die wanneer hij sporadisch de kop opsteekt, van geen wijken wil weten.

Wat valt er zoal te melden vanuit Sevilla? Wel, in de eerste plaats dat haar imago van immer zonovergoten stad de voorbije maanden een ferme deuk gekregen heeft.

Ik overdrijf echt niet wanneer ik zeg dat het in de periode begrepen tussen half december en half maart bijna dagelijks geregend heeft. En geen vijf minuten of geen klein beetje. Nee, als de weergoden hierboven beslissen de hemelsluizen open te zetten, dan doen ze dat gewoonlijk meteen meedogenloos.

Het was zelfs zo erg dat de Sevillanen, die bekend staan voor hun grenzeloze alegria of levensvreugde, er ook maar beteuterd begonnen bij te lopen. Wat meteen ook weer mijn overtuiging bevestigt dat het weer een grote invloed heeft op het karakter en de gemoedsgesteldheid van de mensen.

Maar goed, de laatste weken lijkt de klimatologische toestand weer genormaliseerd en klimt het kwik alweer geregeld gezwind over de 25 graden drempel. Wat natuurlijk goed nieuws is, zeker met het oog op de twee grote folkloristische volksfeesten die in het verschiet liggen.

Zo stond Palmzondag eergisteren gelijk aan het officiële startsein van de nationaal maar in het bijzonder lokaal uitgebreid gevierde Semana Santa. Een Goede Week waarin er dagelijks, vergezeld van wierookgeur en veelal dramatisch aandoende muziek, tot een gat in de nacht heiligenbeelden door de bijhorende broederschap door de stad getroond worden. Waar mensen overal op hun, euh, paasbest gekleed en in dichte drommen staan te wachten om toch maar een glimp op te vangen van de op een slakkengangetje voorbijtrekkende processie.

Op mijn werk viel er onlangs een positieve noot te melden. De verschillende klanten, dus ook het Belgische Ministerie van Defensie, hebben na lang palaver met Airbus namelijk aanvaard om een deel van de aanzienlijke meerkost van het project (31 miljard euro in plaats van 20) op zich te nemen. Wat de productie van het A400M-model, en daarmee de job van vele duizenden mensen, op zijn minst tijdelijk verzekert. En dat is in het arme en zwaar door de crisis geteisterde Andalousië een geschenk uit de blauwe hemel.

Voor de rest weinig nieuws onder de zon. Ook hier heeft de petit train-train quotidien zich al een tijdje geleden traag maar zeker op gang getrokken, weet je.

Zo, dan rest er mij alleen nog aan te kondigen dat ik van twee tot elf april in het land zal zijn. Dus aan hopelijk velen onder jullie zeg ik tot heel binnenkort.

 

Abrazos y besos,

 

Thomas

 

PS Nu zaterdag rijd ik een stuk van de Ronde van Vlaanderen voor liefhebbers. Geïnteresseerde mederijders/medelijders zijn altijd welkom.

 

 

18:55 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

17-11-09

Capítulo 20: in alle Baltische staten

 

De trekzak, die als een waar martelaarskruis mijn rug geteisterd had op mijn vrijwillige lijdensweg naar Santiago de Compostela, was nog niet leeggemaakt en mijn pelgrimsplunje hing nog vrolijk te drogen aan de wasdraad of ik mocht drie weken geleden alweer mijn koffers pakken. Ditmaal werd koers gezet naar de verre en barre Baltische staten, met tussenstop in die mondaine metropool die naar de naam Londen luistert. Een noodzakelijke halte, daar er anno 2009 geen luchtbrug bestaat die deze twee uithoeken van Europa met elkaar verbindt.

Maar laat ons zeggen dat we het noodzakelijke aan het aangename gekoppeld hebben door van de gelegenheid gebruik te maken om een weekendje door te brengen in de stad waar Michael Jackson zijn grote comebacktournee op gang zou schieten. Het heeft niet mogen zijn.

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik nooit echt wild gelopen heb van de Angelsaksische wereld. Nee, gaf mij dan maar de mediterraanse mensen, culturen, talen, klimaten en gastronomie.

Maar ik moet toegeven dat Londen me aangenaam verrast heeft. Het meest van al was ik nog onder de indruk van de gezellige, multiculturele sfeer die het straatbeeld er onder impuls van een haastige hyperheterogene mensenzee uitademt. Los daarvan beschikt de stad natuurlijk over monumenten, parken en een geschiedenis om u tegen te zeggen.

Maar goed, na drie dagen Londen ging het dus naar het Litouwse Kaunas, alwaar onze uitgeweken Sevillaanse maat Manolo (lokaal beter bekend als Playboy Manu) ons kwam ophalen met de huurwagen om ons vervolgens tot bij hem thuis in Vilnius te brengen, de hoofdstad en tevens de uitvalsbasis voor onze (culturele) strooptocht langs Baltische jaagpaden.

Vanuit Vilnius zouden we langs oneindige kaarsrechte wegen noordwaarts cruisen richting Riga en Tallinn, de hoofdsteden van respectievelijk (even denken want enige verwarring is mij niet vreemd) Letland en Estland.

Om jullie leesgeduld niet op de proef te stellen, zal ik het voor deze keer houden op enkele algemene bevindingen.

Van de drie steden die ik bezocht heb, heeft Riga veruit de slechtste indruk achtergelaten. Grote maar tegelijk grijze stad met een triest straatbeeld en zonder echte monumenten die naam waardig. Het interessantste dat we daar gezien hebben was zowaar een museum over de Russische strafkampen.  

st-alexander-nevsky-cathedral-tallinnTallinn en Vilnius zijn dan weer kleine en pittoreske steden waar het onlangs de gure temperaturen gezellig vertoeven is en die qua architectuur veel minder communistisch aandoen dan hun Letse tegenhanger. Absolute parels op dat vlak was voor mij persoonlijk de orthodoxe kerken van Tallinn en Vilnius (zie foto).

Buiten een fetisj-party hebben we niet veel kunnen proeven van het lokale cultuurleven, maar het feit dat Vilnius momenteel fier de titel van culturele hoofdstad van Europa draagt, zegt toch ook wel wat.

Waar we ons dan weer wel uitgebreid aan tegoed gedaan hebben, is de Baltische gastronomie. En ik moet zeggen dat op uitzondering van een typisch Litouws aardappelgerecht mijn smaakpapillen noch maag nimmer geprotesteerd hebben. In die mate zelfs dat ik in Estland de beste soep ooit gegeten heb, en dat wil toch wat zeggen met een ware keukenprinses als moeder. Maar goed, soep is dan ook voor de Balten wat frieten zijn voor Belgen. Ik wil maar zeggen dat ze er traditioneel wel wat van kennen.

vilnius3Waar ze in die contreien ook allesbehalve slecht in zijn, is een feestje bouwen. Zo onvriendelijk en koel de mensen daar doorgaans zijn in het dagelijkse leven, zo goedlachs en uitgelaten zijn ze wanneer ze de meestal vastgevroren teugels eens mogen laten botvieren. Ze ontdooien als het ware.

De sociologen in ons waren dan ook zo grenzeloos geïnteresseerd in deze toch wel merkwaardige metamorfose, dat we ons genoodzaakt zagen elke avond op expertise uit te trekken. En we zagen dat het goed was.

Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat het feit dat Moeder Natuur de Baltische staten qua vrouwelijke genetica een wel zeer bevoorrechte positie toebedeeld heeft, inzake motivatie ook wel zijn bijdrage geleverd heeft. Als dit niet mooi gezegd is.

Nee, ik overdrijf echt niet wanneer ik zeg dat ik nog nooit zoveel vrouwelijk schoon per vierkante meter heb mogen aanschouwen als in een Litouwse, en bij uitbreiding Baltische bar of disco. Dit bovendien dan nog in schril contrast met de meestal lompe en lelijke venten die ginds echt wel met hun dik gat in de boter gevallen zijn.

Maar goed, het was dus alles tesamen een vermoeiende maar interessante reis die me in het algemeen positief verrast heeft. Want, eerlijk is eerlijk, ware het niet van Manolo ik zou nooit (of toch minstens niet zo snel) uit eigen beweging het initiatief genomen hebben om de Baltische staten te doorkruisen, en zeker niet in deze periode van het jaar. Maar het was een keer wat (totaal) anders dat ik jullie in warmere seizoenen zeker niet afraad.

En zo kwam er op Allerheiligen een eind aan wat een bewogen maand vol culturele, fysieke en nachtelijke uitspattingen geweest was. Zo vol dat het postkaartenbestand ten huize Missiaen zowat uit zijn voegen moet aan het treden zijn. Maar geen paniek, nu blijf ik waarschijnlijk tot eind december op mijn reishonger zitten, wanneer ik ter gelegenheid van de herdenking van de geboorte van Christus naar het mij wel bekende België trek. Maar daarover later meer.

 

22:07 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

23-10-09

Capítulo 19: camino de Santiago

Na een tijdspanne van communicatieve windstilte, richt deze uitgeweken apostel nog eens het woord tot zijn trouwste parochianen. De metafoor kan ditmaal trouwens bezwaarlijk beter gekozen zijn, aangezien ik net terug ben van een tocht die traditioneel beschouwd wordt als een eerbetoon aan de heilige Sint Jacobus (Santiago in het Spaans), een van Jezus' 12 apostelen die volgens de overlevering in het Noord-Spaanse Santiago de Compostela (Galicië) begraven ligt.
Doch in mijn geval was de beweegreden allesbehalve religieus. Bovengenoemde pelgrimstocht sprak al veel langer tot mijn verbeelding omwille van de fysieke en mentale uitdaging en de culturele en natuurlijke pracht waaraan ik onderweg zou blootgesteld worden.
Vertrekpunt was niet toevallig Salamanca, de stad waar ik ondertussen reeds zeven jaar geleden Erasmus-gewijs met Spanje kennisgemaakt had. Een uiterst aangename kennismaking met de voor jullie allen ondertussen alom bekende en evidente gevolgen vandien.
Het was trouwens best wat raar om na meer dan zes jaar afwezigheid terug te keren naar de plek waar het allemaal begon. Aanvankelijk was het nog wat zoeken, maar gaandeweg kwamen de herkenningspunten en de daarbij horende herinneringen druppelsgewijs terug. De Plaza Mayor, de faculteit, de kiosk waar ik mijn sportgazetjes kocht, de bars en restaurants die ik frequenteerde, mijn appartement, allemaal heb ik het teruggezien. Je zou voor minder in een weemoedige bui verzeild geraken.
Maar goed, na een weekendje plezier en gastronomische geneugten werd vorige week maandag dus het startschot gegeven van een odyssee vol fysieke en mentale zelfpijniging. Met goeie moed en een veel te zware rugzak zette ik aan de lokale stierenarena met mijn stalen ros koers richting het verre Santiago.
454 kilometer in vijf dagen had ik me vooropgesteld, dat moest lukken. De eerste dag raakte ik, vooruitgestuwd door mijn toen nog frisse benen, nog aan 90 kilometer. Maar na dag twee was het al duidelijk dat mijn planning hopeloos in de war gestuurd zou worden. Die dag had ik immers naast hardnekkige tegenwind te kampen met niet te harden krampen en een zitvlak dat nauwelijks nog contact met het zadel duldde. Resultaat: slechts 50 kilometer op de teller. Over naar Plan B dus.
In een zeldzame bui van realisme, en moederziel alleen verblijvend in de pelgrimsherberg, nam ik die avond de wijze beslissing om niet te forceren en me voortaan tevreden te stellen met een daggemiddelde van 65 à 70 km. Dat was het getal dat op alle websites aanbevolen werd en zich bovendien het best zou schikken naar mijn toch wel gebrekkige conditie. Je mag namelijk niet vergeten dat ik sinds ik in Spanje woon nauwelijks aan sport doe (laat staan op een fiets gezeten heb) en mijn sowieso ontoereikende fysieke voorbereiding in de kiem gesmoord werd door een accidentje met de brommer waar ik toch wel tamelijk gehavend en geschaafd uitgekomen was en me derhalve belette om aan enige vorm van sport te doen.
Maar ik moet zeggen dat vanaf dag drie eigenlijk alles naar wens verlopen is. Mijn dagdoelstelling werd telkens moeiteloos gehaald en ik was altijd mooi op tijd binnen in de herberg. Ook de pijn slinkte weg met de onophoudelijk schijnende zon (ben zodanig bruin dat het wel lijkt alsof ik mijn kousen en koersbroek nog altijd aan heb) en op mijn achterwerk kwam er elke dag een laagje "eelt" bij dat in dit geval door ondergetekende als een waar godsgeschenk ontvangen werd.
Gevolg van mijn gewijzigde planning was jammer genoeg wel dat ik om op tijd in Santiago te geraken, een deel van het traject met de bus heb moeten afleggen. Je mag dus gerust stellen dat ik "genen echten" ben, hoewel ik persoonlijk gezien de omstandigheden toch tevreden ben met mijn prestatie. Anderzijds heb ik me ook nu al voorgenomen om ooit terug te keren, al was het maar om het stuk van de route dat ik nu niet heb kunnen doen, te voet of per fiets af te leggen.
Maar goed, ik heb alvast mijn eerste compostella (soort diploma dat je krijgt als je minimum 100 km te voet of 200 km per fiets afgelegd hebt) en ik moet zeggen dat het me toch wel wat deed toen de priester tijdens de pelgrimsdienst "un belga desde Sevilla" afriep. Blijkbaar wordt er in dergelijke mis dagelijks een lijst afgelopen met de nationaliteit en vertrekpunt van alle pelgrims die Santiago bereikt hebben. Maar bij mij hebben ze mijn woonplaats dus blijkbaar verward met mijn vertrekplaats. Het zij hen vergeven.
De ervaring is al bij al positief te noemen, al waren de mooie landschappen en (interessante) ontmoetingen schaars te noemen en heb ik verhoudingsgewijs veel meer afgezien dan genoten.
Wat ook tegenviel is dat het in de meeste herbergen een gewoonte en (ongeschreven) wet is om ten laatste om tien uur gaan slapen en om zeven uur op te staan. En als je probeert om langer te blijven liggen, dan is er nog altijd de eigenaar van de herberg die je eigenhandig komt wekken (echt gebeurd!). Het zal jullie niet verwonderen dat dit alles niet echt strookt met het levensritme dat ik hier in Sevilla gewoon ben.
Maar goed, anderzijds heb ik mijn grenzen leren kennen en verleggen en heb ik met Santiago toch wel een prachtige stad mogen verkennen in het aangename gezelschap van de autochtone Maria, een vriendin van een maat die ik op voorhand eigenlijk alleen maar van op foto kende. Over foto's gesproken, bij deze beloof ik er binnenkort enkele op Facebook te zetten.
Voor de rest kan ik alleen maar melden dat ik vanavond alweer mijn vleugels uitstrek. Ja, ik weet het, het kan niet op deze maand. Ik ga namelijk met een maat een andere Sevillaanse maat bezoeken die al enkele jaren woont en werkt in het Litouwse Vilnius. We vertrekken morgenavond richting Londen, brengen daar het weekend door, en zullen dan verder koers zetten richting Oost-Europa. Bedoeling is om naast Vilnius ook die andere Baltische hoofdsteden Riga en Talinn aan te doen. Maar goed, daar zal ik ongetwijfeld de volgende keer wel in geuren en kleuren verslag over uitbrengen.
In afwachting daarvan zeg ik zoals altijd: hou jullie goed en tot hoors.

vuestro viajero,

Thomas

17:43 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |

06-09-09

Capítulo 18: het leven zoals het is, Airbus Sevilla

 

Beste bloglezers,

 

Op wat een bloedhete doch mooie zomerdag mag genoemd worden, acht ik de tijd rijp om uiting te geven aan een idee dat al een tijdje door mijn bruingebrande hoofd spookt. Namelijk een stukje schrijven over het dagelijkse reilen en zeilen op mijn werk onder de titel "Het leven zoals het is: Airbus Military Sevilla."

Saai, hoor ik jullie al denken. En toch durf ik het aan het tegendeel te beweren. Het betreft hier immers een onderneming die zeer bezwaarlijk als normaal bestempeld kan worden.

Eerst en vooral moet je weten dat in Sevilla de finale assemblage plaatsvindt van het A400M-model en dat de verschillende onderdelen van dit militaire transportvliegtuig worden aangebracht vanuit landen verspreid over het Europese continent. Landen die via hun Ministeries van Defensie tegelijk de voornaamste afnemers zijn van de vliegtuigen die ze dus gedeeltelijk zelf produceren. Kortom, een privébedrijf dat teert op overheidsgeld. En dat heeft zo zijn niet geringe gevolgen op de werkvloer.

Niet dat ik over een ellenlang curriculum beschik en derhalve veel kan vergelijken, maar nergens heb ik bijvoorbeeld zoveel mensen al dan niet in groep 'pauze' zien nemen als hier. Je moet maar eventjes rondrijden -of wandelen en je ziet steevast echt hele drommen mensen buiten staan, zitten of in het extreemste geval zelfs liggen. En als je pakweg een uur later nog eens voorbijpasseert, zijn ze er alweer. Of nog, wie zal het zeggen.

Nu kan je stellen dat dit gezien de clichés die bestaan over dit land niet eens zo vreemd is, maar ik kan je verzekeren dat ze zeker niet allemaal zo zijn en dat de vele buitenlanders die hier actief zijn (al zou het woord passief hier beter passen), zich ook vrolijk en gezwind laten onderdompelen in die verslavende sfeer van dolce far niente.

Daarbij komt dat Airbus-werknemers royaal betaald worden en genieten van dito voorwaarden. Zo weet ik dat de Spanjaarden zomaar eventjes 37 werkdagen verlof per jaar hebben, terwijl dat aantal voor gewone stervelingen als ik 'maar' 22 bedraagt.

Bovendien worden ze, als ze dat wensen, elke dag gebracht en opgehaald door een bus en mogen ze gratis gaan eten in het bedrijfsrestaurant.

En alsof dat nog niet genoeg is, hebben ze via de vakbonden (die hier trouwens hun eigen kantoor hebben) kunnen en durven bedingen dat ze zich mogen douchen en omkleden binnen de werktijd. En dan nog staan ze soms een kwartier voor tijd al massaal ongeduldig te wachten om te prikken en thuis te gaan genieten van hun, o ironie, welverdiende siësta.

Niet dat ik hier de moraalridder wil uithangen, maar het is toch allemaal een beetje van het goede teveel, me dunkt. Zeker als je weet hoe het er in andere landen en zelfs in de echte Spaanse privébedrijven aan toegaat. Het zal jullie dan waarschijnlijk ook niet verbazen dat velen zich hier geroepen voelen om hun kost bij Vadertje Staat te verdienen.

O ja, Spanje heeft trouwens de twijfelachtige eer de Europese koploper te zijn wat werkloosheid betreft. Op nationaal niveau zit volgens de laatste cijfers bijna 20 procent van de actieve bevolking zonder job en in Andalousië bedraagt dit aantal zelfs 32,5, één op drie dus. Alarmerende cijfers, maar dit terzijde.

Voor alle duidelijkheid wil ik ook onderstrepen dat ik niet tot de happy few behoor die ik zonet uitvoerig kom te beschrijven. Zoals jullie wellicht al weten, werk ik voor de Duitse afdeling beveiliging van Airbus, die inzake arbeidsethos- en mentaliteit toch wel heel sterk afwijkt van de lokale waarden en gebruiken en op dat gebied toch dichter aanleunt bij wat we in Belgie gewoon zijn. Wat daarom niet betekent dat ik te klagen heb, integendeel zelfs. Laat ons zeggen dat ik als verspaanste Belg de kelk een beetje in het midden tracht te houden. Ik werk niet om te leven, maar ik leef ook zeker niet om te werken. Werken is voor mij een beetje zoals alcohol drinken. Doe het, maar met mate.

 

 

 

 

 

 

 

20:49 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

05-05-09

Capítulo 17: Ode aan april

 

Waarde landgenoten,

 

Met pijn in het hart heb ik zonet afscheid genomen van die overheerlijke maand, april genaamd. In België en de omliggende koninkrijken, republieken en hertogdommen een doodgewoon dozijnlid dat de mediocriteit moeizaam overstijgt, doch niet in dit bizarre buitenbeentje binnen wat er op zich eigenlijk al een is: Sevilla.

Als ik (en met mij het gros van de Sevillanen) er hier een favoriete maand zouden moeten uitpikken, dan zou de keuze ongetwijfeld op april vallen. Ten eerste omdat rond die tijd van het jaar de temperaturen gewoonlijk gezellig haasje-over spelen aan de aangename 25 graden-grens.

En ten tweede, en vooral, omdat er met de Semana Santa en de Feria twee topevenementen op de kalender staan die lokaal meer dan verheerlijkt worden en nationaal hun gelijke nauwelijks of niet kennen. Terwijl de Goede Week-processies en de bijhorende heiligendevotie geworteld zijn in de diepreligieuze plaatselijke cultuur, is de Feria (Spaans voor "beurs") eigenlijk niet meer dan een buitensporig uit de hand gelopen veehandelsbeurs die uitgegroeid is tot een ode aan al wie houdt van eten, drinken en dansen. Kortom van feesten. En dat zijn er hier wel wat.

Het gaat zelfs zo ver dat de plaatselijke autoriteiten San Fernando, een lokale feestdag (30 mei) die dit jaar zeer ongelukkig op een zaterdag valt, vooruitgeschoven hebben naar 28 april, ofte de tweede dag van de Feria. Als het op niet werken en feesten aankomt geen dommekloten, die Sevillanen.

Met woorden uitleggen wat de Feria precies inhoudt, is makkelijk en moeilijk tegelijk. Je stelt je best een groot terrein voor met daarop allemaal groen- of rood-witte gekleurde tenten, casetas genaamd. Elke caseta bestaat basically uit een lange bar, een dansvloer of podium en voor de rest veel stoelen en tafeltjes. Het merendeel van de casetas zijn privé en je moet, direct of indirect, een van de eigenaars of socio's kennen om langs de buitenwipper te geraken. Wat natuurlijk een lelijke doorn in het oog is van de vele toeristen en de Sevillaanse Feria, in tegenstelling tot die van andere Andalousische steden en dorpen, het weinig benijdenswaardige etiket van elitair opgeleverd heeft.

Maar goed, het blijft desondanks een enorm populair volksfeest waar de sevillanas (typische dans) en de strak om het lichaam sluitende en derhalve supervrouwelijke flamencajurken de meest in het oog springende elementen zijn. En dit laatste mag gerust letterlijk opgevat worden.

Wie er zich een beter beeld wil van vormen, verwijs ik graag naar de foto´s die ik jullie via mail in bijlage stuur en degene die bij en tijd en stond op mijn Facebook zullen gepost worden.

Voor de rest weinig nieuws onder de vrolijk schijnende Sevillaanse zon. Alles gaat hier zijn gewone, rustige (slakken)gangetje. Een rust die weliswaar binnenkort 'verstoord' zal worden door het bezoek van respectievelijk mijn moeder, Thomas en Ballie. Ze wezen welgekomen.

Goed, alvorens ik weer verval in mijn oude ziekte om te lange stukken te schrijven, neem ik afscheid. En dat doe ik door jullie het allerbeste toe te wensen met alles en iedereen waarmee jullie bezig zijn. Voor de rest, hou jullie goed en tot hoors!

 

Zeer zonnige groeten,

 

Thomas

 

 

 

 

 

 

 

19:58 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

24-03-09

Capítulo 16: nakende komst

 

Geachte lezers,

 

Ziehier een nieuw hapje leesvoer over het reilen en zeilen van een reeds niet meer zó jonge avonturier die schier drie(!) jaar geleden hopeloos verdwaald geraakt is in het momenteel aardsparadijselijke Andalusië en vooralsnog de weg naar huis niet teruggevonden heeft. Aardsparadijselijk omdat terwijl in noordelijke contreien Koning Winter nog steeds met harde hand regeert, hier het kwik reeds steevast zomerse hoogtes van om en bij de 25 graden bereikt. En het staat buiten kijf dat dit het leven geen klein beetje aangenamer maakt. Altijd al een zonnekind geweest den dezen ...

Wat valt er zowat te melden uit het verre Sevilla? Wel, eerst en vooral dat ik een brommer gekocht heb. Een Yamaha Cygnus 125 cc om exact te zijn. Hij is bordeaux van kleur en heeft zo´n klassiek Vespascherm. Voor de rest valt er eigenlijk bitter weinig van te zeggen. Als hij maar goed bolt, nietwaar.

Ook niet onbelangrijk nieuws is dat ik volgende maand een weekje naar België afzak. Meer bepaald van 8 tot 15 april. De Semana Santa-devotie is hier lokaal zodanig groot dat er op Witte Donderdag en Goede Vrijdag niet gewerkt wordt. En daar ik zelf een liefhebber maar zeker geen fanatiekeling ben van dergelijke processies, achtte ik dit het ideale moment om er eens kortstondig uit te knijpen. Bovendien verwacht mijn neef rond die tijd een eerste kindje en wordt er op Noord-Franse kasseien de Helleklassieker gereden, wat ongetwijfeld allemaal meer dan mooi meegenomen is. Dus ja, van deze keer is mijn komst wel degelijk deftig op tijd aangekondigd ...

Wat het werk betreft, kan ik alleen maar stellen dat alles goed gaat. Zo ook met mijn Duits, dat reeds magische woorden als Fresssack (jawel beste Westvlamingen, we hebben het woord "fretzak" blijkbaar van de Oosterburen gestolen) en Schlampenstempel (zoek de vertaling vooral zelf op, als je ze al vindt) rijker geworden is.

Zo, dat was het zowat, denk ik. Hou jullie goed daar en hopelijk tot binnenkort in België.

 

Vele groeten,

 

Thomas

 

 

22:04 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

04-02-09

Capítulo 15: Deutschland über alles

Sehr geheerte Familie und Freunde, 

Na een ijzingwekkend lange windstilte spreek ik jullie voor de verandering toe in een taal die ik in de toekomst meer en meer zal horen én wellicht ook spreken. Deutsch, het woord alleen al bezorgde mij in mijn collegetijd ranzige rillingen. Talen zijn altijd al mijn ding geweest, maar om een of andere reden heeft die van Goethe en Schumacher me nooit echt weten te bekoren. Mijn kennis beperkte zich dan ook basically tot "Ich gehe gern in die Kneipe", "abgemacht" en het onvermijdelijke "scheisse".

Maar zie, zoveel jaar later heeft het lot beslist dat ik door de Duitse EADS-troepen gerekruteerd diende te worden. Voor de verduidelijking, EADS is het moederbedrijf van de meer bekend in de oren klinkende vliegtuigproducent Airbus en de klant waarvoor ik via mijn vroegere bedrijf reeds anderhalf jaar indirect gewerkt heb.

Ik blijf dus eigenlijk gewoon hetzelfde doen, maar nu voor een andere werkgever. Al moet het ook gezegd dat mijn verantwoordelijkheden verruimd zijn en dat ik bij de Duitsers een stuk meer ga verdienen dan bij de Spanjaarden het geval was. Dus je hoort me zeker niet klagen.

Een en ander heeft wel tot gevolg dat de Duitse bonzen er vriendelijk op aangedrongen hebben om hun moedertaal zo snel mogelijk onder de knie te krijgen. Het ziet er met andere woorden sterk naar uit dat ik naast Frans, Engels en Spaans ook nog in spoedtempo Duits in mijn reeds in taalknobbels verstrengelde breintje ga mogen zien te persen.

Voor de rest valt er weinig te melden uit de Andalousische hoofdstad. Zelfs het weer is momenteel allesbehalve om over naar huis te schrijven. Temperaturen van tussen de vijftien en twintig graden, dat wel, maar een bewolkte hemel en regenval zijn ook hier schering en (bliksem)inslag geworden de laatste tijd.

Ik kan ook wel melden dat de nationale economie en mijn favoriete ploeg Betis in een diepe crisis verzonken zijn, maar eigenlijk zijn beide zaken jammer genoeg al lang het woord nieuws niet meer waardig. Ze zijn namelijk eerder de regel dan de uitzondering, weet je wel.

Over Betis gesproken. Ondanks mijn fervente fanatisme ben ik nu pas voor het eerst in mijn leven socio of abonnee geworden van een voetbalclub. En de eer is logischerwijze weggelegd voor het illustere Real Betis Balompié. De ploeg doet het momenteel niet bepaald lekker maar ik koester goede hoop op een fantastische remonte in de terugronde. Bovendien heeft het team nog thuismatchen tegen bijna alle topploegen in het verschiet en welke zichzelf respecterende voetballiefhebber wil nu niet pakweg Messi, Xavi, Aguëro of Villa eens met eigen ogen aan het werk zien?

O ja, we hebben weer een nieuwe roommate. David heeft besloten zijn biezen te pakken en heeft plaats geruimd voor Zohra, een studente van Duits-Algerijnse origine. We zien wel wat het geeft, maar de eerste indrukken zijn alvast positief getint. Und um Deutsch zu lernen, zal ze natuurlijk ook goed van pas komen.

Zo, dat was het zowat. Afsluiten doe ik zoals altijd, namelijk door gemeend te zeggen dat ik hoop dat alles goed gaat met jullie en dat al dan niet pikante nieuwtjes altijd meer dan welkom zijn.

Tot hoors, 

Thomas 

PS Ik ben van hoofdstuk 13 naar 15 gesprongen om de simpele reden dat ik hoofdstuk 14 wel geschreven maar door vergetelheid nooit gepost heb. Typisch Thomas, ik weet het ...

21:47 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

17-09-08

Capítulo 13: la dolce italia versus bittere realiteit

Gegroet iedereen,

 

Daar ook bij ondergetekende in volle zomer de journalistieke komkommertijd toegeslagen heeft, is het al een poosje windstil vanuit Sevilla. Edoch, de plicht roept en die wordt in dit geval maar al te graag vervuld.

In tegenstelling tot zowat de rest van de wereld is de zomer in deze zuidelijke uithoek van het oude continent niet bepaald de meest aangename periode van het jaar. De temperaturen bereiken in dit seizoen immers onmenselijke hoogtes (40 graden is zowat de standaard) en dat heeft zo zijn gevolgen. Mensen zitten de ganse dag binnen met de airco vollen bak of zoeken verkoeling aan de nabijgelegen costas. Velen zijn het die de vrijdag na hun werk naar de zee rijden om pas op zondagavond terug te keren. Dit alles heeft als resultaat dat deze anders zo levendige stad in deze tijd van het jaar (en vooral in het weekend) onherkenbaar doods en leeg is.

Wat voor mezelf natuurlijk een reden te meer is om in deze periode andere en koelere oorden op te zoeken. Zoals jullie weten heb ik in juli twee weken in België vertoefd en nu heb ik net een week Italië achter de rug. Ik was er op bezoek bij Sarah, mijn Italiaanse ex-kotgenote die in juli ook van de partij was in België en ervoor gezorgd heeft dat ik een week lang de toerist uitgehangen heb in godbetert mijn eigen land. Van Wielsbeke tot Brussel, van Mullem tot Antwerpen, van Wannegem tot Brugge: allemaal staan ze in haar geheugen gegrift en op haar netvlies gebrand.

In Italië waren de rollen logischerwijze omgekeerd, al heb ik me qua toerisme ‘beperkt' tot Ferrara (waar ze woont), Bologna en Firenze en de rest mijn tijd gespendeerd aan excessief uitgaan, eten en sporten (in deze volgorde). Heb mooie tot prachtige steden (en vrouwen) aanschouwd, fantastisch gegeten en vooral veel toffe mensen leren kennen en teruggezien. Ik druk me bijgevolg zachtjes uit als ik zeg dat het goed geweest is en dat het ietwat met pijn in het hart was dat ik vertrok.

Een pijn die echter snel verzacht werd door het feit dat ik twee uur na landing op Sevillaanse bodem, reeds broerlief Karel en zijn kompaan Wemel mocht verwelkomen. En om dat te vieren werd er diezelfde dag natuurlijk, vooral door laatstgenoemde, uitgebreid ‘geproefd' van het vermaarde lokale nachtleven.

Allemaal goed nieuws dus, behalve op het werk. Daar is het totale desorganisatie en anarchie sinds de grote baas een twee maand geleden zelfmoord gepleegd heeft. Althans daar lijkt het op aangezien ze hem dood en zonder verminkingen aangetroffen hebben in de koffer van zijn eigen wagen.

In eerste instantie werd op de afdeling Sevilla iedereen, behalve mij op aandringen van de Duitse klant, op één maand verplichte vakantie (betaald door de Sociale Zekerheid) gestuurd. Maar sinds vorige week is het departement echter volledig gesloten en heeft ook ondergetekende zijn biezen mogen pakken. Werk zoeken geblazen dus en hoewel Spanje momenteel zwaar geteisterd wordt door de economische crisis, blijven we hoopvol om spoedig weer ergens aan de slag te kunnen gaan.

Zo, dat was het weer zowat, denk ik. Hou jullie goed ginder en laat bij tijd en stond ook eens weten hoe het jullie daar vergaat in het verre Vlaanderen.

 

Zonnige groeten en hete kussen,

 

Thomas

 

19:52 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

30-06-08

Capítulo 12: Europees Kampioen!

 

Waarde landgenoten,

 

Met een kortgeschoren houten kop richt ik jullie het woord. Kortgeschoren omdat ik vorige week in een vlaag van innovatie- en antitranspiratiedrang het leeuwendeel van mijn dierbare manen vakkundig van mijn hoofd heb laten ontrukken. Houten kop omdat er gisteravond geschiedenis geschreven is op het Iberische schiereiland.

Niet dat er een deadline gehaald is of de siësta bij wet verplicht geworden is. Nee, de reden tot vieren was ditmaal dat de nationale ploeg in Wenen de finale van het EK Voetbal gewonnen had tegen de Duitse Mannschaft en zo Spanje voor het eerst in 44 jaar nog eens een titel bezorgde. Wat voor een voetbalgek land als dit schandalig lang is en de ontlading aldus des te groter maakte.

De vreugdetaferelen waren traditioneel doch indrukwekkend. Tot de late uurtjes werden pleinen gevuld, fonteinen besprongen, zangkoren aangeheven, alcoholrijke vloeistoffen aangerukt, Duitsers bespot. En ook al heb ik het allemaal minder intens beleefd dan de Spanjaarden zelf, was het toch weer tof om erbij te zijn. Temeer omdat een Belgische triomf van dergelijk kaliber niet meteen voor morgen of overmorgen is.

Ander ‘groot' nieuws is dat er vorige week donderdag een mijlpaal bereikt is op mijn project. Die dag was het immers de roll-out of officiële voorstelling van de eerste A400M, het militaire vliegtuig dat hier geproduceerd wordt en waarvan het Belgische leger er blijkbaar ook zeven besteld heeft. En ja, dat moest natuurlijk ten gepaste wijze gevierd worden. Wat traditioneel betekent: veel belangrijk volk (waaronder de Spaanse koning), veel show, veel schone stewardessen en veel catering. Al viel dit laatste eerlijk gezegd een beetje tegen. Maar voor de rest was het dik in orde. Ik was vreemd genoeg de enige geïnviteerde van mijn bedrijf maar laat ons zeggen dat ik het allerminst aan mijn hart heb laten komen.

Voor de rest valt er weinig te melden vanuit de Andalousische hoofdstad. Behalve dat het kwik bij tijd en wijle reeds de veertig gradengrens overschrijdt en het morgen exact 26 jaar geleden is dat mijn moeder me het levenslicht schonk. Waarvoor mijn oprechte dank.

Dan rest er mij alleen nog mee te delen dat ik binnenkort nog eens op Belgische bodem zal te bewonderen zijn. Meer bepaald van 16 tot 29 juli zal ik vertoeven in die bizarre plek op aarde die naar de naam België luistert. Met in mijn kielzog het Spaans-Italiaanse duo Marta en Sarah, die met hun Latijnse temperament de Gentse en andere feesten komen opvrolijken.

Zo, dat was het zowat denk ik. Ik zou zeggen hou jullie goed daar en hopelijk tot heel binnenkort.

 

Abrazos y besos,

 

Thomas

 

 

 

19:57 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

25-05-08

Capitulo 11: Koetjes en kalfjes

 

Zoals beloofd voeg ik aan het Marokko-relaas een hoofdstuk toe over het dagelijkse reilen en zeilen van de voorbij maanden.

Wel, op dat vlak is er wel het een en het ander veranderd. Om te beginnen moet gezegd worden dat ik na een lange lijdensweg erin geslaagd ben de twee Siciliaanse bastaardduiven uit hun buitenissig bekladde til te verjagen. In hun plaats zijn in eerste instantie twee deernes gekomen die bij wijze van toeval beiden naar de naam Sarah luisteren. Met dat wezenlijke onderscheid dat de ene Italiaanse is en de andere Duitse. Er zijn ook duizend andere verschillen waar te nemen maar daarover ga ik nu niet uitweiden of ik zit hier morgen nog.

Wat ik wel wil vermelden is dat ze elk op korte tijd een heel gepaste bijnaam verworven hebben. Zo gaat de Italiaanse Sarah voortaan als Bambi door het leven. De reden daarvoor is evident: telkens ze iets van je wil verkrijgen zet ze een pruillip van jewelste op en kijkt ze je aan met een zodanig intrieste blik dat je simpelweg geen ‘nee' meer kúnt zeggen.

Haar Duitse naamgenoot heeft dan weer de twijfelachtige koosnaam La Gioconda of Mona Lisa opgekleefd gekregen. De gelijkenis is dan ook treffend: de blik op oneindig, de gelukzalige glimlach, het licht krullend haar, het grote voorhoofd; ze heeft het allemaal. Van een reïncarnatie gesproken.

Met eerstgenoemde klikte het wonderbaarlijk goed. In die mate zelfs dat ze deze zomer in dezelfde periode als ik (met de Gentse Feesten) naar België afzakt en ik in augustus op mijn beurt van plan ben om haar met een bezoekje te vereren in het noordelijke Ferrara (provinciestadje ergens tussen Bologna en Venetië). En ja, om te anticiperen op vurige vragen van het mannelijke geslacht, ze mag er best wezen. Jammer genoeg heeft ze het huis en het land ondertussen echter al verlaten en heeft ze de fakkel en de huissleutel doorgegeven aan David, een jolige kerel uit het maritieme Cadiz.

Voor de rest hebben de voorbije maanden vooral in het teken gestaan van feesten, reizen en bezoek. In maart hadden we de lokaal heilig verklaarde Semana Santa (Goede Week) en de maand daarop de al even vermaarde en uitbundig gevierde Feria. Aangezien ik in de vorige jaargang al heb proberen uit te leggen wat deze feesten precies inhouden, zal ik me ditmaal beperken tot een simpel doch krachtig ‘Het is goed geweest'.

Wat reizen betreft, ben ik dus door Marokko getrokken (zie vorig hoofdstuk) en heb ik in april ook een weekend doorgebracht in Madrid. Sarah had al een hele week haar Bambi-face opgezet en ja, uiteindelijk heb ik weer niet kunnen weerstaan en zijn we samen de hoofdstedelijke regen gaan trotseren.

Het zal je waarschijnlijk niet verwonderen dat mijn reishonger daarmee niet gestild is. Deze week hebben we hier weeral lang weekend (we hebben er warempel drie deze maand!) en daarvan ga ik gebruik maken om met Marta, een goede vriendin, naar Salamanca en Toledo te trekken. Het zal zowaar de eerste keer zijn in vijf jaar dat ik terugga naar de stad waar ik met volle teugen van mijn Erasmus genoot en waar de liefde voor Spanje in al haar glorie ontkiemde. Een liefde met alle gevolgen vandien en waar voorlopig geen sleet lijkt op te komen.

Naast België en Italië deze zomer zijn er voorlopig ook vage plannen om begin juli naar Pamplona te gaan voor de wereldbekende San Firmin-feesten. Ik betwijfel sterk of ik het zelf erop ga wagen om met een rood sjaaltje voor de losgelaten stieren uit te lopen, maar ik heb uit goede bron vernomen dat het ganse gebeuren eromheen sowieso meer dan de moeite is. En dat moet je mij natuurlijk geen twee keer zeggen. Verder spookt het ook al een tijdje door mijn hoofd om een deel van de pelgrimsroute naar Compostela af te haspelen, maar dat is voorlopig louter een idee.

Ten slotte wil ik ook vermelden dat ik de voorbije weken zowel mijn moeder als mijn tante en mijn neef op bezoek gekregen heb. Bij deze wil ik hen dan ook nogmaals bedanken voor de komst en de mooie tijd. En aan alle anderen zeg ik oprecht: altijd welkom!

Zo, dat was het zowat, denk ik. O ja, voor de oerbelgen onder jullie die zich al afvragen: En op 't werk? Wel, geloof me, van deze keer is het beter ervan te zwijgen. En voor de curieuzeneuzen onder jullie die zich al afvragen: En in de liefde? Euh, idem dito zeg maar.

Allez, ik hoop dat met jullie alles goed gaat en dat jullie me ook op de hoogte blijven houden van jullie beklijvende belevenissen en bekommernissen.

 

Abrazos y besos,

 

Thomas

 

PS Ik ben het afgelopen weekend denk ik voor de eerste keer in mijn leven ‘rubio' of ‘blond' genoemd geweest. Het was haar bedoeld als een compliment (blonde mensen zijn hier zo schaars dat je blijkbaar trots mag en moet zijn als je het bent), maar ik sta er eerlijk gezegd nog altijd perplex van.

PPS Ik heb vandaag tijdens een telefoongesprek van mijn Duitse collega ontdekt vanwaar het West-Vlaamse ‘beskjit weetn' komt. Van het Duitse ‘Bescheid wissen' zowaar! Waarvan akte.

PPPS Reis naar Salamanca is uiteindelijk niet doorgegaan wegens ziekte van mijn reisgezellin. ‘t Zal voor een andere keer zijn ...

 

 

 

 

 

 

 

22:41 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

18-05-08

Capitulo 10: Marokko

Dierbare menschen,

 

Met schaamrood op de reeds licht bruingebrande wangen richt ik nog eens het woord tot u allen. Daar er weder veel mooie en goedgevulde tijd voorbijgevlogen is, valt het me ditmaal buitenissig zwaar een vertrekpunt aan te duiden. Gelukkig bestaat er in geval van nood nog altijd zoiets als de chronologie, mijn reddingsboei in wilde psychologische wateren.

Eerst en vooral moet gezegd worden dat ik eind februari, tijdens een van de talrijke lokale lange weekends (Sevilla moet op dat vlak zowat wereldkoploper zijn), voor het eerst mijn kromme been ondersteunende voet gezet heb op niet-Europese bodem. Ik heb in mijn korte leven al veel gereisd, maar vreemd genoeg had ik voorheen tijdens mijn tempeest trotserende trektochten nooit een ander continent aangedaan.

Het land dat de eer van de primeur toegedicht kreeg was niet meer of niet minder dan de heimat van de grootste immigratiegroep in België: Marokko. Voor jullie een verre bestemming, voor mij zowaar een half buurland dat ter hoogte van het Engelse Gibraltar nota bene slechts door een luttele vijftien kilometer zout zeewater van het Spaanse schiereiland gescheiden is.

Speciale reden voor de exodus was dat Steven, de bevriende Belgisch-Spaanse Kortrijkzaan, zich sinds september in het noordelijke Larache genesteld heeft tussen de bebaarde berbers en gesluierde gazellen. Hij speelt er zowat de directeur van een busbedrijf en moet er naast de lokale luiheid ook een enorme eenzaamheid trotseren. Onze reis had dan ook solidair-toeristisch tintje.

Ik zeg ‘onze reis' want ik was niet de enige musketier die de oversteek maakte naar het land der Moren. Met mij gingen Miguel Angel en Gonzalo, ook wel gekend als M.A. en The Gonz, die zo een onuitgegeven Westvlaams-Sevillaans kwartet volmaakten.

Eenmaal aangespoeld op Afrikaanse bodem, was mijn eerste indruk dat de landschappen verrassend groen waren. Wat, tot ergernis van mijn reisgenoten, leidde tot talrijke en eentonige foto's die bijwijlen opvallend veel weg hebben van wat Bill Gates als standaard screensaver pleegt te verkopen.

Voor de rest valt er veel te zeggen over dit land. Steden als Fez en Marrakech waren mooi en gezellig, het eten lekker doch darmwerkingbevorderend.

Hallucinant waren alleszins de perfecte autosnelwegen en nog meer de manier waarop de weinige chauffeurs hun aftandse Mercedes erover jagen. Op twee rijstroken tegelijk rijden of zonder (ver)pinken veranderen van rijvak is in dit Magrebijnse land blijkbaar schering en inslag.

Opvallend is ook dat alles, maar dan ook bijna werkelijk alles een variabele waarde heeft. Koopwaar, flikken en ja, ogenschijnlijk ook discotheek-deernes, hebben een prijs waar altijd over te onderhandelen valt. En als je er de humor van inziet, is het best wel grappig allemaal. Zeker met iemand als Steven, die in staat is om in de vermaarde souks één euro te bieden voor iets waar ze tien voor vragen en zich zo de woede van alle verkopers op de hals haalt.

Maar hoe sterk hij ook is in het afpingelen, als hij ooit een lokale schoonheid naar het altaar wil slepen, zal hij meer uit zijn waterpijp mogen komen. Naar eigen zeggen wordt er in die contreien tussen zwager en vrager over een bruid onderhandeld op een basis van duizend euro, twee lammeren en een kilo suiker. Dit laatste mag geen probleem vormen en mijn vader heeft al beloofd dat als het ooit zo ver komt, hij een van zijn nu nog lustig en vredig grazende schapen wil afstaan. Rest er dus alleen nog wat geld bijeen te sparen en klaar is Kees. Dus wie weet ben ik bij mijn volgend bezoek aan dit land wel (de) getuige van een multicultureel huwelijk ...

 

 

17:14 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

23-02-08

Capítulo 9

Waarde landgenoten,

 

Daar het alweer anderhalve maand geleden is dat ik op dorre Sevillaanse grond neergestreken ben, voelde ik in mijn ingewanden de ontembare goesting opborrelen om jullie nog eens een hapje leesvoer te serveren. En hoe kan ik dat beter doen dan met een vleugje authentieke flamenco als achtergrondmuziek. Als anekdote wil ik er hier voor de Spaans-leken onder jullie trouwens aan toevoegen dat ‘flamenco’ in het Spaans ook ‘Vlaming’ of ‘Vlaams’ betekent. Je kan al raden dat deze dubbele betekenis bij het voorstellen van mezelf soms verbaasde blikken en lachende reacties losweekt. Maar dit terzijde.

Na eerst de bittere pil doorgeslikt te hebben van het verlies van Betis in de stadsderby, was het na twee deugddoende weken vakantie in België en Berlijn (nog een ‘B’ en ik had zowaar een nieuwe betekenis voor het fitnessbegrip BBB) op 8 januari weer werken geblazen. Nu ja, werken is veel gezegd. Bij aankomst op kantoor bleek namelijk dat de werknemers nog niet betaald waren voor de maand januari en dat dit een spontane staking had losgeweekt. In de loods hing het naast de naaktkalender en dartsbord plotseling vol met zelfgemaakte slogans in de aard van ‘El trabajo mejor con trabajadores. Navidad mejor con dinero.’ (‘Werken gaat beter met werkvolk. Kerst vieren beter met geld.’). De arbeiders kwamen wel naar hun werk en waren derhalve fysiek aanwezig, maar daarmee is ook alles gezegd. Sommige vonden er zelfs niets beter op dan doodleuk hun Playstation  mee te brengen en daar schaamteloos doch heimelijk een volledige werkdag op te spelen. In werkplunje, dat wel.

Uiteindelijk werden de lonen met enige vertraging gestort en werd er op de afdeling Sevilla in overleg beslist om in een schrijven aan de hoofdzetel in Granada onze onvrede te uiten over de gang van zaken. Volledig normaal allemaal, ware het niet dat deze tekst die opgesteld werd door mijn baas bol stond van de schrijffouten en dat ik als buitenlander van alle aanwezigen de eerste en ook zowat de enige was die deze talrijke taalmisbaksels in de mot had.

Dit alles bevestigt natuurlijk alleen maar de twee huizenhoge clichés dat de Spanjaarden (en in het bijzonder de Andalousiërs) lui en onprofessioneel zijn. Wel ja, nu hoor je het ook eens uit de welingelichte mond van een halve Spanjaard zelf.

Ik kan trouwens nog meer voorbeelden geven. Zo is het in Sevilla de gewoonte om tijdens en niet voor je werk te ontbijten. Bij ons sijpelen de eersten gewoonlijk binnen rond half negen (volgens het universele principe ‘Hoe vetter betaald, hoe later op het werk’). Ik zeg wel ‘rond’ want zoals je waarschijnlijk al wist nemen Spanjaarden het niet al te nauw met het begrip stiptheid. Er wordt een half uurtje getaterd, geroddeld, emails gecheckt, geyoutubet, gesurft, etc. en aangezien dit allemaal heel calorievergende activiteiten zijn, begint bij de meesten rond negen uur al de maag al dan niet luidop te knorren.

Hét signaal om vervolgens in verschillende shifts in de dichtstbijzijnde bar een ontbijt te gaan verorberen, want ja, er moet toch altijd iemand op kantoor zijn om de telefoons op te nemen, nietwaar. Het klassieke ontbijt kost anderhalve tot twee euro en bestaat uit koffie met tostada. Tostadas zijn geroosterde halve pistolets met daarop olijfolie of boter en beleg naar keuze: ham, hesp, paté, carne mechada, pringá (deze laatste twee zijn onvertaalbare vleessoorten), enz. Tamelijk zwaar op de nuchtere maag, jawel.

Dit alles neemt toch al snel een dik half uur in beslag waardoor je mag rekenen dat het gauw tien uur is voor men echt aan de slag gaat. En dan nog! Bovendien wil het toeval meermaals dat net wanneer de ‘gewone’ werknemers terugkomen van het ontbijt, een van de bazen arriveert. En ja, die heeft natuurlijk ook een lege maag en wil niet alleen gaan ontbijten. In dit geval mag de gelukkige rekenen op nog een half uur minder werken en een extra ontbijt op kosten van de baas. Het leven kan toch hard zijn.

Over mijn zogezegde bazen valt er trouwens ook een woordje te zeggen. Zo voelt de ene de onweerstaanbare behoefte om mij zijn volledige liefdesleven en de daarbij horende seksuele uitspattingen in geuren en kleuren te vertellen.

De andere heeft me destijds dan weer nadrukkelijk aangemaand om in te gaan op de avances van de zwangere en ondertussen ook getrouwde Oostenrijkse secretaresse van de Duitsers van EADS/Airbus waar we mee samenwerken. Kwestie van de banden te vernauwen, klonk het opportunistische excuus. Nu ja, ik veronderstel wel nog steeds dat het om te lachen bedoeld was. Net zoals de vergeefse flirtpogingen van Frau Miriam zelf trouwens die ooit aan tafel en in het bijzijn van mijn baas verklaarde dat als het van mij afhing, haar trouwplannen wel eens duchtig in de war zouden kunnen worden gestuurd. En Thomas lachte beleefd, strooide enkele korrels zout op zijn steak en at rustig verder.

De slechtste van de klas is echter Felipe, de letterlijk en figuurlijk grote baas van Granada. Ten eerste heeft hij de marginale gewoonte om waar dan ook bij wijze van intrede een halve liter bier te salamanderen. Ten tweede is hij zodanig lomp dat hij tijdens een meeting al eens op de tenen van de juridische specialiste van Airbus heeft getrapt om daarna een net aangekocht toestel van 30.000 € te laten vallen. Ten derde heeft hij ooit stellig beloofd aan een van de ingenieurs van Airbus dat als we samen de deadline haalden, hij hem zou trakteren op la mujer que quiera, ‘een vrouw naar keuze’ dus.

Over EADS/Airbus gesproken. Er verschijnen in de kranten meer en meer onheilspellende berichten over de beurskoers van bovenvernoemd bedrijf. Een van de oorzaken zou de vertraging in ‘mijn’ A400M-project zijn. Hoezo vertraging?

 

Thomas

22:56 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 8

Gegroet dierbare Adams en Eva’s,

 

Daar ik recentelijk overmand word door het vaag vermoeden dat men langsch Vlaamsche velden al een poos op schandalige wijze in het ongewisse gelaten is over het reilen en zeilen van ondergetekende, richt ik vanuit mijn Spaanse preekstoel nog eens het woord tot mijn trouwste parochianen. Want het moet gezegd, er valt wel weer het een en het ander te zeggen over de zich op een gezapig slakkegangetje vooruitslepende Sevillaanse parochie.

Om te beginnen heeft er zich in de illustere Calle Vara del Rey een pijnlijke gebeurtenis voorgedaan. Het voormalige pur sang Belgische nest dat er met Steven, Ann en mezelf bevolkt werd door drie Vlaamse vogels, is immers niet meer. Eerstgenoemde heeft als onvolleerde trekvogel besloten nog eens van habitat te veranderen en heeft aan de overkant van de Straat van Gibraltar een nieuw nestje gebouwd langs de kust van het Marokkaanse Larache. Ann de heeft dan weer eieren voor haar geld gekozen en heeft samen met haar Sevillaanse praalpapegaai een nabijgelegen palmboom ingepalmd waar ze haar reputatie van huismus terdege cultiveert. In hun plaats zijn twee vuile vrouwelijke Italiaanse straatduiven (van nestbevuiling gesproken) gekomen die hun vertrouwde Siciliaanse dorpspleintje tijdelijk gelaten hebben voor wat het is en hier met steun van een zekere Erasmus komen verbroederen met hun buitenlandse soortgenoten. En ja, zo ben ik in mijn hoedanigheid van Joe Joe-vogel (voor meer uitleg over deze wel zeer bijzondere soort verwijs ik heel graag naar moeder –en vaderlief) de enige die hier krampachtig de Belgische eer nog een beetje poogt hoog te houden en het nest warm houdt voor voornoemde trekvogel die tweewekelijks nog eens zijn uitwerpselen komt uitstrooien over het Spaanse schiereiland.

Voorts is er nog minder groot nieuws te melden zoals het feit dat het hier naar Belgische normen tot voor kort nog volop aan het zomeren was. Momenteel schommelt het kwik overdag rond de 20 graden maar ik zal niet gauw vergeten dat op de verjaardag van mijn moeder een dikke twee maand geleden de thermometer nog 38 graden aangaf. Had ik gekund, ik had bij wijze van cadeau een aantal graden ervan in geschenkverpakking naar het kille Wielsbeke gestuurd. Ze zouden ongetwijfeld dankbaar in ontvangst genomen zijn.

Ook op mijn nine to three-job weinig verandering. De werken slabakken gestaag maar traag verder aan een tempo waarop zelfs een trage schildpad niet hoeft jaloers te zijn. Het klinkt supercliché maar Andalousiërs hebben echt wel meerdere broertjes dood aan werken en hebben daarentegen meer dan me lief is de mond vol van het ook in jullie contreien reeds alombekende woord ‘mañana’. De oorspronkelijke deadline van ons project was 1 oktober jongstleden terwijl er nu al sprake is van, verschiet niet, juni volgend jaar. Om maar te zeggen dat ik hier in principe nog een tijdje zoet ben met mijn huidige job en dat eventuele gegadigden nog tijd zat hebben om me met een bezoekje te vereren (terloops gezegd, Vueling heeft sinds kort goedkope vluchten tussen Sevilla en Brussel, ’t is maar dat ge ‘t weet).Zelf strek ik binnenkort ook nog eens mijn vleugels uit om de helderblauwe Spaanse hemel te ruilen voor de grauwgrijze Belgische. Een op klimatologisch vlak weinig aantrekkelijk vooruitzicht dat desalniettemin ruim gecompenseerd wordt door het, si Dios quiere (‘als het God belieft’), welkome wederzien met velen van jullie. De hopelijk zachte landing op bevroren Brusselse bodem is voorzien voor kerstavond, rond de middag. Vervolgens blijf ik een volle week in het warme moederlijke nest om op oudejaar weer andere, en zo mogelijk nog koudere oorden op te zoeken. Die dag neem ik immers een mechanische ijzeren vogel met bestemming Berlijn. Aanleiding is dat een uitgeweken Limburgse vriendin me uitgenodigd heeft om aldaar in de schaduw van de Brandenburger Tor ten gepaste Duitse wijze (met een halve liter lauw bier en een gigantische worst in de hand dus) de overgang van oud naar nieuw te vieren. Nu is het mof ruikende land van Rijn en Elbe niet bepaald mijn droombestemming, maar de reiskriebels waren en zijn toch weer groot genoeg om dit kortstondige avontuur met meer dan volle goesting aan te vatten. Na vier dagen ondergedompeld te zijn in een ijskoud cultuurbad van onze vierkantkoppige Oosterburen zal ik me, met het water hoogstwaarschijnlijk reeds aan de blauw uitslaande lippen, weliswaar weer in westelijke richting begeven om aldaar afscheid te nemen van mijn meest dierbaren alvorens opnieuw richting Sevilla te vertrekken. Daar ben ik dan jammer genoeg een dag te laat om het in deze contreien populaire feest van Drie Koningen op straat mee te vieren maar desalniettemin net op tijd om de derby der derby’s, Sevilla-Betis, met de nodige nervositeit en samen met honderdduizenden anderen op scherm te volgen. De dag erop wordt er naar goede Spaanse gewoonte niet gewerkt zodat ik afhankelijk van het resultaat rustig mijn roes kan uitslapen of de kater kan verwerken om dan op 8 januari met hernieuwde krachten het werk te hervatten. Zo, er rest me alleen nog te zeggen dat ik van harte hoop dat met jullie alles goed gaat en dat ik jullie spoedig mag weerzien.  Un abrazo muy fuerte, Thomas   

22:44 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 7

Queridos amigos y familiares.Ziehier een nieuwe episode in de avonturenroman van Don Dagoberto Pesetero (insider). Heet van de naald, zoals immer. En dit laatste mag je gerust letterlijk en figuurlijk opvatten, daar de zon hier zodanig van jetje blijft geven dat de naald van de thermometer hardnekkig weigert onder de voor Belgische weergoden schier onbereikbare dertig graden-grens te gaan. Een op asfalt gebakken ei behoort momenteel dan ook tot de seizoensgebonden gastronomische lekkernijen. Nu ja, lekkernijen is precies veel gezegd. Terwijl men in het Waregemse nog volop kampt met een postkoersale depressie, lijkt de normaliteit zich langzaamaan de herstellen binnen de Sevillaanse maatschappij. De hemelse Andalousische stranden lopen weer leeg, de zonovergoten steden vol. Bruingebakken bakvissen laten de zee voor wat het is en zwemmen weer in hun vertrouwde woon -en werkvijver. Tot spijt van de ene, tot vreugde van de andere.Zelf mag ik me gelukkig bij deze tweede groep rekenen. Mijn kortstondige verblijf in Vlaanderen Vakantieland (en verschillende weekendjes aan de Spaanse kust) hebben me zonder meer deugd gedaan, maar ik kan niet ontkennen dat ik blij ben opnieuw de draad van de Sevillaanse petit train-train quotidien te hebben mogen oppikken. Een draad die naar mijn gevoel alsmaar strakker gespannen is, als ware ik de marionet en Sevilla de plaatselijke poppenspeler. Om maar te zeggen dat ik in het verre Vlaamsche vaderland de hangmat in mijn Spaanse Tuin der Lusten bij momenten echt gemist heb. Een tuin waarin ook mijn bloedeigen broer (althans daar ga ik toch van uit want de fysieke gelijkenis is allesbehalve treffend) recentelijk een weekje zijn tent heeft mogen opslaan. En het moet gezegd, de plaatselijke deugden konden hem wel behagen. Carlitos kwam en zag dat het heel goed was. Zijn levensverhaal is weer een anekdote, zijn fotoalbum enkele pareltjes rijker.Voor de rest weinig nieuws onder de stralende zon. Wat wel een immense schaduw geworpen heeft op de fiere Giralda is dat Sevillaan, voetballer en eenmalig Spaans international Antonio Puerta op schandalig jonge leeftijd (22 lentes) overleden is. Voor wie het verhaal nog niet kent: de speler van F.C. Sevilla zeeg neer tijdens een match, raakte even weer te been en bij bewustzijn maar zou enkele dagen later toch bezwijken aan een totaal van maar liefst negen hartaanvallen. Hij liet een zeven maand zwangere vrouw en een stad in diepe rouw achter. De rouwtaferelen waren echt ongezien en zijn dood heeft de Sevillanen zelfs zo diep geraakt dat spelers, supporters én bestuursleden van Sevilla en aartsrivaal Betis elkaar letterlijk en figuurlijk in de armen gesloten hebben. Iets wat voor zijn dood absoluut ondenkbaar was. Samen met het ongeboren kind voorwaar een mooie erfenis van een goede voetballer en een naar verluidt nog beter mens. Hij moge rusten in vrede.Op het werk is het met de Duitsers “same scheisse, different day”. Ik begin me soms echt af te vragen hoe, waarom en vooral wanneer we dit project tot een al dan niet goed einde zullen brengen. Nu ja, ik trek het me naar goede gewoonte niet al teveel aan, al werkt het wel stilaan op mijn steeds breder wordende heupen dat ze me storen tijdens mijn heilig verklaarde dagelijkse siësta. Ik denk er dan ook ernstig over na om mezelf gedurende bepaalde uren van de dag tijdelijk “niet bereikbaar voor commentaar” te laten verklaren. Ik kan er maar wel bij varen. Ondertussen zoeken de Spanjaarden in hun woordenboek nog altijd naarstig naar het substantief ‘deadline’ en het wederkerig werkwoord ‘zich haasten’. En ik met hen. Bueno, pues nada más. Hou jullie goed ginder en tot hoors.Un abrazo.Thomas

22:42 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 6

Beste bloed –en zielverwanten. Aangezien elk kleinste kootje van mijn schrijfverslaafde vingers zodanig begon te kraken dat je de klokken van de kathedraal van Sevilla niet meer hoorde luiden, achtte ik de tijd meer dan rijp om nog eens een met zweet doordrenkte telegram naar het thuisfront te sturen. Met zweet doordrenkt, jawel, want het kwik heeft gisteren voor de eerste keer weer de letterlijk adembenemende kaap van veertig graden bereikt. Sevilla wordt zo weer stilaan een spookstad van driekwart miljoen vleermuizen die pas na zonsondergang teken van leven geven, terwijl de leegte overdag alleen opgevuld wordt door allerhande verdwaalde reisduiven die, afkomstig uit koudere oorden, bereid zijn de verzengende hitte te trotseren. Dan weten de Sevillanen zelf wel beter. Die trekken massaal naar de stranden van exotisch klinkende dorpjes als Matalascañas, Chipiona, Punto Umbria, Isla Cristina of Zahara de los Atunes. Ook ondergetekende bracht onlangs een paar dagen door in het eerstgenoemde dorpje. Met alle gevolgen vandien. Ondanks hardnekkig aandringen van bevriende, doorzomerde sevillanos, vond ik het namelijk gepast de brandende Spaanse zon te onderschatten en me slechts gedeeltelijk in te smeren met zonnecrème. Tot overmaat van ramp viel ik tijdens mijn siësta in een diepe, drie uur durende slaap. En ook al is het door de jaren heen bewezen dat ik in mijn onderbewustzijn de neiging heb om te praten, de reflex om elk kwartier een draai van 180 graden te geven aan mijn ongespierde torso, is me jammer genoeg niet met de geboorte meegegeven. Dus ja, de gevolgen laten zich al raden: bij het ontwaken was ik vooraan helemaal rood en achteraan helemaal wit, hetgeen me tegen wil en dank het aanschijn van een werkelijk tot alles bereide Sevilla-supporter gaf. Tegen wil en dank ja, want het ‘toeval’ wil dat mijn moeilijk verklaarbare voetbalistieke voorkeur uitgaat naar Real Betis Balompié. Dus niét die vervloekte ploeg die twee jaar op rij de Uefa Cup gewonnen heeft, maar wel de ploeg die op de laatste speeldag gedurende een kwartier in tweede klasse vertoefde maar via twee goals in de laatste tien minuten op het nippertje het behoud in de Primera División kon afdwingen. Voorwaar het meest spannende moment uit mijn nog prille supportersbestaan. Ondertussen wappert er als eerbetoon aan het honderdjarig bestaan van voornoemde club ook een cadeau gekregen, groene vlag aan ons balkon. Een vlag die vanavond, tijdens mijn verjaardagsparty, ongetwijfeld door de helft van de aanwezigen aanbid en door de andere helft vermaledijd zal worden. Maar dat is nu net het mooie aan Sevilla…Voor de rest alles naar wens hier. Het werk valt nog altijd goed mee, al zorgt het levensgrote mentaliteitsverschil tussen Spanjaarden en Duitsers voor meer en meer strubbelingen. Onze oosterburen zijn zoals geweten stipt, snel, efficiënt, ernstig en werkgraag, terwijl dat niet meteen eigenschappen zijn waar (onze) Sevillanen in uitblinken. Nu ja, vroeg of laat komt dat wel in orde. Al zal het eerder laat dan vroeg zijn, vrees ik. Zo, dat was het dan alweer. Er valt mij alleen nog te melden dat ik van 9 tot 23 augustus op vakantie kom naar België (ik weet het, klink raar). Ik hoop alvast dat ik in die twee weken jullie allen te zien of te horen krijg. In afwachting zeg ik: hou jullie goed, tot hoors en hopelijk tot binnenkort in België! Un abrazo. Thomas edu

22:40 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 5

Beste familie en vrienden. Ik weet het, het is geenszins lang geleden dat ik mij bloggewijs tot u allen gericht heb, maar de gebeurtenissen van de voorbije weken nopen mij om een nieuw hoofdstuk te schrijven in mijn Spaanse avonturenroman. Een roman die zowaar Bijbelse allures is beginnen krijgen. Niet dat ik me plotseling de Messias waan. Hoewel, ik moet toegeven dat ik op onschuldige leeftijd de gelijkenis met mijn achternaam zodanig frappant vond dat ik dacht dat ik een of andere verre afstammeling van de Messias was. En ja, het hemelse voetbal dat ene Lionel Messi heden ten dage uit zijn goddelijke voeten te voorschijn tovert, is ook bovenmenselijk buitenaards te noemen. Maar goed, alle gekheid op een toverstokje nu, straks gaan jullie nog denken dat ik aan een of andere mentale ziekte lijd. Nee, de Bijbelse allures waar ik het daarnet over had hebben geenszins met mij te maken, doch wel met een heus Sevillaans fenomeen, Semana Santa genaamd. Semana Santa, dat is voor alle duidelijkheid de Goede Week. In België haast een week als een ander, hier een acht dagen lang durend delirium waarin de (religieuze) passies hoog oplaaien. Het spektakel begint op Domingo de Ramos (Palmzondag). Op die dag worden de eerste reusachtige Maria – en Christusbeelden van hun vaste plek in de kerk gelicht en door de bijhorende hermandad of broederschap door het centrum van de stad getroond. Getooid in ware Ku Klux clan-stijl zijn het de nazarenos die de kop van de stoet voor hun rekening nemen en met kaarsen en wierook voor de nodige religieuze sfeer zorgen. Daarna komt het loodzware beeld zelf dat rust op de stoere schouders van tientallen, meestal zwaar uit de kluiten gewassen costaleros. De staart van de processie bestaat tenslotte uit het orkest waarin vooral het tromgeroffel en de schalle trompetklanken letterlijk en figuurlijk de toon slaan. Dit alles zorgt, vooral na zonsondergang, voor een werkelijk niemand onberoerd latend schouwspel. Sommigen gaan er zelfs zodanig in op dat ze bij de passage van de processie, al dan niet tegen betaling, vanop hun balkon de desbetreffende maagd of Christus beginnen te bezingen. Anderen houden het dan weer op het (geëmotioneerd) aanraken van het beeld en het maken van een kruisteken bij de passage ervan. Nog anderen echter gaan gewoon pinten pakken en kijken bij tijd en wijle met het oog waar nog geen figuurlijke vlieg in zit naar de door een wierookwalm omgeven stoet die op het ritme van meestal dramatische muziek haar tocht vervolgt richting haar eindbestemming: de kerk. En zo gaat dat een hele week lang, bijna dag en nacht. Moeten die mensen dan niet werken, hoor ik de oerbelgen onder jullie al denken. Wel nee, de meesten hebben de hele week betaald verlof en de anderen, zoals ik, trekken zich er naar goede Sevillaanse gewoonte bitter weinig van aan dat ze de volgende dag op het werkappel moeten verschijnen. Semana Santa zou Semana Santa niet zijn moest ze afgesloten worden op de dag waarop de verrijzenis van Jezus Christus herdacht wordt: Pasen. Hoogdag in Sevilla, maar ook in Vlaanderen, waar Pasen dit jaar samenviel met de enige echte Ronde, ofte de mooiste en meest fascinerende wielerwedstrijd op deze aardbol. Edoch, al snel werd duidelijk dat niemand in deze verre uithoek van Europa ervan wakker ligt wie er het snelst over de Vlaamse kasseien en heuvels dokkert. Maar goed, op eenvoudige persoonlijke aanvraag slaagde ik er toch in om in een Irish Pub de Ronde van Vlaanderen op groot scherm te krijgen. Alleen zijnde was de sfeer ver te zoeken, maar dankzij de weliswaar Spaanse frieten en bier waande ik mij toch heel even op de top van de Muur. Het was zelfs haast ontroerend om beelden te zien van een verrassend zonnige Vlaamse heimat en meer bepaald van het parcours waarvan ik zelf vorig jaar nog zwoegend en harkend de laatste 110 kilometer afgelegd heb. Het was onbeslist het orgelpunt van een mooie, aangrijpende, acht dagen lang durende Sevillaanse hoogmis. Amen. PS Het is vandaag dag op dag een jaar geleden dat deze Vlaamse vogel het huiselijke nest verliet en neerstreek in warmere Sevillaanse oorden. Voorwaar een memorabel moment dat op gepaste wijze zal gevierd worden. cartel2006

22:39 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 4

Beste familie en vrienden. De tand des tijds staat niet stil. Sinds deze trekvogel het vertrouwde Vlaamsche nest verlaten heeft, zijn er waarempel alweer bijna zeven weken vervlogen. Terwijl in noordelijkere contreien koning winter nog met weliswaar zachte hand regeert, is in Andalousië de lente al in het land. De zonnebrillen worden opgezet, de terrasstoeltjes buitengestald, de groene dassen in authentieke Het Eiland-stijl opgeknoopt. Op dit eigenste moment flikkeren op het televisiescherm beelden van zonnekloppers die pootje baden aan het zonovergoten strand van het in een recent verleden door mij zo vervloekte Beni Dharim. Het lijdt geen twijfel dat de mooiste tijd van het jaar hier is aangebroken. Vanaf juni zal het kwik weer onmenselijke hoogtes bereiken en zullen de kilo’s er met schrikbarend gemak afgezweet worden. Waar ik gezien mijn huidig vetgehalte niet rouwig om ben, maar dit terzijde. Maar goed, genoeg over het weer geleuterd. Wat jullie waarschijnlijk meer zal interesseren, is waar ik mij dezer dagen zoal mee bezig hou. Wel, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat er buiten slapen, eten, drinken en uitgaan momenteel weinig op mijn virtuele agenda staat. Maar, vooraleer jullie me met alle zonden van Israël overladen, daar komt gauw verandering in. Toen ik eind januari het vaderland verliet, stelde ik mij een termijn van een maand voorop om hier in Sevilla een degelijke job te vinden. En ja, het leven zou het leven niet zijn als er niet net op het moment dat ik me mentaal al aan het voorbereiden was op een terugkeer naar de heimat, een kans uit de lucht zou komen vallen. Om kort te gaan: dankzij het Sevillaanse enchufismo (zoiets als een extreme vorm van via via via-nepotisme) kan ik binnenkort aan de slag bij Extinman, een firma met zetel in Andalousië dat zich bezighoudt met brandveiligheid. Ze hebben een samenwerkingsverband ondertekend met de Duitse tak van een firma (EADS) die hier in Sevilla vliegtuigen gaat bouwen en ik moet met mijn kennis van het Spaans en het Engels zo’n beetje als tussenpersoon/tolk fungeren en daarnaast wat administratief werk verrichten. Hun samenwerking duurt in principe zes maanden en dat is meteen ook de duur van mijn contract. Dus stel dat ik volgende week begin, dan zit ik hier tot half september. Het kan verkeren. Goed nieuws dus voor mij én voor zij die van plan waren mij met een bezoekje te vereren (bemerk mijn rijmkunst). Mijn Spaanse gastvrijheid is grenzeloos, dus wie het voelt kriebelen, moet zich zeker niet inhouden. Voor de rest niks bijzonders onder de stralende Sevillaanse zon. Buiten een lichte aardbeving is hier de voorbije weken weinig wereldschokkends gebeurd. De maand februari stond op voetbalistiek gebied weliswaar in het teken van de driedubbele confrontatie tussen aartsrivalen Real Betis Balompié en Sevilla Fútbol Club, maar dat zal jullie hoogstwaarschijnlijk veel minder in de ban gehouden hebben dan bij de doorsnee Sevillaan (en mij) het geval is. Zo, dat was het dan alweer (eindigde het liedje van ‘Bassie en Adriaan’ vroeger ook niet steevast met dit zinnetje?). Maar goed, vooraleer ik in een accute nostalgische bui verzeil, ga ik afronden. Ik zou zo zeggen wat ik altijd zeg: hou jullie goed en tot hoors! Un fuerte abrazo para todos. Thomas

22:38 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 3

Ach, wat is er weer veel tijd vervlogen sinds ik voor de laatste keer mijn virtuele ganzenveer ter hand genomen heb. Edoch, mensen bij wie angstvallig het vermoeden begon te rijzen dat ik mijn passie voor het klaviertokkelen tussen de plooien van de welomgeploegde Westvlaamse akkers achtergelaten had, kan ik geruststellen. Of moet ik ontgoochelen, maakt u dat vooral zelf uit. ‘t Skrifbjistje zit noh oltid in min woft! (vertaling te verkrijgen bij Flip Kowlier). Alleen is het zo dat in het begin alles nieuw was en ik om die reden per definitie meer (niet aan censuur onderhevig) nieuws te melden had en ook meer de behoefte voelde om dat ook daadwerkelijk te doen. Maar ja, hoe goed je de muren ook schildert, op een bepaald moment begint het vernis toch af te bladeren. Om maar te zeggen dat je na verloop van tijd ook hier in een zekere petit train-train quotidien vervalt. En ook al is dat dagelijkse leven uiterst aangenaam, veel nieuwswaarde heeft het niet vrees ik. Wat wel nieuws is daarentegen, is dat deze hopeloos verdwaalde vogel na dik zeven maand zijn vleugels nog eens zal uitstrekken. Donderdag verlaat hij immers tijdelijk het zuidelijke Sevilla om via een driedaagse tussenstop in Barcelona het vertrouwde huiselijke nest in Quick Step-city op te zoeken. Bedoeling is dat voornoemde tussenstop niet enkel dient om me overvloedig van cava en crema catalana te bevoorraden en te zien of er sinds mijn laatste bezoek goed twee jaar geleden al zichtbaar iets is veranderd aan de Sagrada Familia. Nee, het is me in de eerste plaats te doen om het weerzien met een hele hoop vrienden en kennissen die voor een speciale gelegenheid de Catalaanse metropool met een bezoek vereren. En die speciale gelegenheid luistert wonderwel naar de voor een Spanjaard onuitsprekelijke naam S.V. Zulte Waregem, kortweg den Essevee. Jawel dames en heren, twintig jaar na de stuntzege in San Siro gooit de Zuid-Westvlaamse voetbaltrots weer hoge ogen in Europa. Lokomotiv Moskou, Austria Wenen en Sparta Praag gingen (samen met hun trainer) al voor de bijl en nu wacht het Spaanse Cercle Brugge, met name Espanyol Barcelona, angstig zijn lot af. Nu ja, angstig is misschien toch niet het meest gepaste woord. Anyway, na in Barcelona de architecturale pracht van Gaudí en geniale konsoorten kortstondig te hebben aanschouwd, zal ik samen met mijn reisgezellen mijn tocht richting het Belgische vaderland voortzetten. Daar zou ik zaterdagavond laat neer moeten strijken om er daarna een week of vijf te blijven. Bedoeling is in die tijdspanne een beetje te werken en zo begin januari met een edelmetalen wintervoorraad terug warmere Spaanse oorden op te zoeken. Maar eerst dus terug naar ons ietwat surrealistische landje, België genaamd. Het wordt weer een omschakeling van Spaans naar Nederlands, van zon naar regen, van t-shirt naar winterjas, van tapas naar frieten, van Melendi naar Deus, van Barça naar Anderlecht, van valse naar echte blondines, van één naar anderhalve euro voor een pint, en zoveel meer … Maar ik zie het zonder meer zitten, laat daar geen twijfel over bestaan. Zo, met deze positieve noot ga ik dit schrijfsel afsluiten. Ik zou zeggen hou jullie goed en ik hoop natuurlijk jullie allemaal gauw terug te zien of horen. Un abrazo,Thomas

22:37 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Capítulo 2

Muy queridos amigos y parientes. Het van nature nimmer voorspelbare toeval wil dat ik op dit eigenste moment naar een song luister (Logh – The passage) waarin het zinnetje ‘Come back to Spain’ zo frequent herhaald wordt dat het zelfs in de op vlak van songteksten schandalig lege hersenpan van ondergetekende een plaatsje heeft weten te bemachtigen. ‘Come back to Spain’, ‘Vuelve a España’, ‘Kom terug naar Spanje’. Dit moet zowat de woordelijke weergave zijn van de lokroep die me ettelijke tijd zo stevig in haar ban gehouden heeft dat ik er uiteindelijk ook aan heb toegegeven. En het dient gezegd dat ik me deze beslissing nog maar nauwelijks berouwd heb. De moeilijke momenten zijn uiterst schaars tot niet bestaande en wegen zeker niet op tegen de talrijke momenten van opperst geluk en alegría die me hier al te beurt gevallen zijn. Echt, het leven is hier zo zeemzoet en aangenaam dat je je haast zou schamen om over iets te klagen. Natuurlijk is (en blijft) Andalousië een economisch achtergestelde regio waar voor goudzoekers weinig of niets weggelegd is. Maar voor de eerder romantische zielen onder ons is Sevilla de hemel op aarde. ’Sevilla’, de naam alleen al ademt vanuit het diepste en donkerste plekje van haar longen pure romantiek uit. Niet toevallig is deze stad het decor geweest voor onder meer de legende van Don Juan Tenorio en de opera ‘Carmen’ van Bizet.In Vlaanderen zal zowat een kwart van de kiesgerechtigde bevolking het niet graag horen, maar het is werkelijk adembenemend wat de Moren (Arabieren) en Joden hier aan architecturale pracht achtergelaten hebben. Zo is de kathedraal in wezen een moskee die de Spanjaarden na de Reconquista op de Moren omgebouwd hebben tot wat het nu is: de grootste gotische bidplaats ter wereld waarin niemand minder dan Christoffel Columbus begraven zou liggen. Ik zeg wel ‘zou’ want ook het Dominicaanse Santo Domingo beweert eigenaar te zijn van de stoffelijke resten van de man die hopeloos verdwaald in Zuid-Amerika aanspoelde en zo de grondlegger was een immens Iberisch imperium. Een imperium waarin Sevilla trouwens een niet geringe rol speelde aangezien de boten afkomstig uit Zuid-Amerika hier ontscheepten aan de Guadalquivir-rivier om er hun lading goud, zilver en andere rijkdommen te lossen. Om maar te zeggen dat Sevilla een stad met een rijk en welvarend verleden is.Het heden is, althans op economisch vlak, iets minder rooskleurig. Werkgelegenheid is hier schaars en de lonen liggen schandalig laag voor een stad waar de levensduurte bijna even hoog ligt als in pakweg Gent. Het logische gevolg is dat de mensen hier ofwel armer zijn ofwel schandalig veel uren kloppen om aan een deftig inkomen te raken. Maar contradictorisch genoeg is het er de Sevillanen allerminst aan te zien dat ze het met minder moeten stellen. Uiterlijk vertoon is hier immers ongezond belangrijk en daar moet alles voor wijken. Ik las niet toevallig eens in El País dat Andalousië de Spaanse regio is waar veruit het minst gespaard wordt.Dit alles neemt echter allerminst weg dat Sevilla een fantastische stad blijft die vele harten sneller doet slaan. Architectuur, cultuur, natuur: je hebt het hier allemaal in overvloed. Reken daar nog eens het beste klimaat van Europa, de nabijheid van de zee en de gastvrije bevolking bij en je zal begrijpen dat je hier maar weinig mensen hoort klagen.Toch moet bij dit laatste ook een kanttekening gemaakt worden. De meeste Sevillanen zijn immers ‘selectief gastvrij’, in die zin dat ze zelf uitmaken voor wie ze sympathiek zijn en voor wie niet. Je moet namelijk weten dat Sevilla een zeer sterk in traditie en identiteit verankerde stad is. En die identiteit willen ze geenszins verloren laten gaan. Een niet-Sevillaan (of dat nu een buitenlander is of een Spanjaard maakt weinig of niets uit) moet zich bijgevolg aanpassen aan Sevilla en zeker niet andersom. Slaag je in deze niet makkelijke opgave, dan hoor je erbij. In het andere geval zal je zonder twijfel anders behandeld worden. Nee, een multiculturele metropool zal Sevilla wellicht nooit worden. Maar misschien is dit net haar charme en wordt Sevilla daarom door veel buitenlanders als de meest Spaanse aller steden gebrandmerkt.En toch, hoewel ik van dit alles persoonlijk niet zo heel veel last ondervind, blijft het iets dat me tamelijk hard tegen de borst stoot. En mede daarom trek ik sterk in twijfel of dit een plaats is waar ik ettelijke jaren van mijn leven wil slijten. Anderzijds staat mijn hoofd er momenteel ook niet echt naar om op korte termijn al naar de Vlaamse heimat terug te keren. Maar als een degelijke job nog lang op zich laat wachten, zal er misschien niets anders opzitten. Que sera, sera …

22:35 Gepost door Thomas in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

15-06-06

Capítulo uno

Wat is de tijd weer snel voorbijgevlogen, beste mensen. Na een vluchtige telling ben ik net tot het licht onthutsende besef gekomen dat ik al schier twee maand op dit paradijselijke schiereiland vertoef. Ik wil me bij deze dan ook excuseren voor het feit dat jullie zo lang geen nieuws ontvangen hebben van het Spaanse front. Maar als het een geruststelling mag wezen : het gezegde ‘Geen nieuws, is goed nieuws’ is in dit geval echt wel van tel voor jullie uitgeweken soldaat.

Echt, alles is totnogtoe zelfs bijna zo onwerelds fantastisch verlopen, dat ik begin te vrezen voor de beruchte donderslag bij heldere hemel. En dat van die heldere hemel mag je hier in Sevilla zowel letterlijk als figuurlijk opvatten.

Ik had natuurlijk het geluk dat ik voor mijn aankomst hier al zekerheid verworven had over mijn toekomstige woonst, waardoor ik gespaard bleef van een queeste (zowat het stopwoordje van Bruno Wyndaele in ‘Beste vrienden’) die zich zeer energievergend en tijdslopend aankondigde. Door een zeer toevallige samenloop van omstandigheden had zich namelijk de gelegenheid voorgedaan om samen met twee andere Belgen, Steven en An, een appartement te delen in Sevilla.

Voor de mensen onder jullie die deze twee schepsels van God (of ze ook goddelijk zijn, laat ik aan jullie over) niet kennen, is een korte voorstelling misschien niet ongepast. Steven is een goede maat die hetzelfde gestudeerd heeft als ik en die meteen na zijn studies besliste om zijn geluk te gaan beproeven in de stad waar de wortels van zijn semi-Spaanse familie (zijn moeder is Spaanse) gelegen zijn. Hij zit hier nu in zijn tweede jaar Empresariales, wat qua niveau en inhoud ergens tussen Bedrijfsbeheer en Handelswetenschappen moet bengelen. An is dan weer een meisje dat ik in Gent heb leren kennen doordat ze er het kot deelde met Rebeca en Irene, twee Spaanse furies die bijna drie jaar geleden hun teerbeminde Andalousië tijdelijk verlieten om in het verre Vlaanderen te gaan proeven van de geneugten van het Gentse studentenleven. Ze waren trouwens niet de enige, want in hun kielzog volgden ook nog Paco, Rubén en Jose die ook wel eens wouden weten waar Karel de Vijfde precies het levenslicht gezien had en aldus beslisten de Sevillaanse armada te vervoegen.

Spontaan, sociaal en openhartig als ze als echte Andalousiërs zijn, slaagden ze er toentertijd wonderwel snel in menig Vlaamse harten te veroveren. In die mate zelfs dat er toen al, na een jaar van buitensporig vertier, tijdens ettelijke nachtelijke vergaderingen plannen gesmeed werden om ooit in Sevilla een verlengstuk te breien aan al dat moois wat ons dat jaar te beurt gevallen was in de Arteveldestad. En zo geschiedde. Bijna drie jaar na de ontscheping van de Sevillaanse vloot in de Gentse haven, is de Spaans-Vlaamse connectie in bijna volle getale herenigd in de innig met de zon bevriende hoofdstad van Andalousië. En daar kan een mens alleen maar blij om zijn natuurlijk.

Toch is dit blije weerzien lang niet het enige dat mijn hartje dezer dagen met innerlijke vreugde vervult. Zoals ik in het begin al aangegeven heb, is alles totnogtoe zelfs zo goed meegevallen dat ik niet in staat ben om ook maar een luttele noot van een klaagzang uit mijn strot te krijgen.

Om te beginnen heeft alles wat ik hier al meegemaakt heb mijn stoutste verwachtingen (ruim) overtroffen. Ik had nog maar pas voet gezet op Spaanse bodem of ik mocht al proeven van een van de grootste traditionele volksfeesten die dit schiereiland rijk is: de Feria van Sevilla. Het klinkt uitermate cliché maar dit moet je echt meegemaakt hebben om te weten wat het is. Desalniettemin zal ik een poging doen om jullie lettergewijs een beeld te scheppen van dit zeven lange dagen durende delirium.

Het concept is uiterst simpel. Op een speciaal daarvoor voorzien terrein worden elk jaar een gigantische toegangspoort en honderden zogenaamde casetas opgetrokken. Deze casetas zijn letterlijk vertaald ‘huisjes’ die in werkelijkheid, het dient gezegd, eerder met (kitscherige)decoratie opgewaardeerde tenten zijn. In deze casetas wordt tijdens de Feria de hele dag door overvloedig gegeten, gedronken en gedanst.

Op zich niets speciaals, ware het niet dat er in alle casetas bijna uitsluitend sevillanas (traditionele Sevillaanse muziek met bijhorende danspasjes) gedraaid worden en dat alle vrouwen gehuld zijn in waarlijk oogverblindende flamenco-jurken, die er op adembenemende wijze in slagen de vrouwelijke vormen zo te benadrukken dat menig mannelijk libido er van op hol slaat. Om maar te zeggen dat de plaatselijke Maria’s, Mercedessen en Macarena’s tijdens hun Feria meer dan ooit een attractie op zich vormen. En als kers op de reeds verrukkelijke taart dragen al deze godinnen ook nog eens een bloem in het zorgvuldig geboetseerde haar en worden ze als ware prinsessen te paard naar de plaats van het gebeuren gebracht.

Nog niet onder de indruk? Normaal, ik vond het aanvankelijk ook maar niks en moest met weemoed terugdenken aan onze eigen Gentse Feesten. Maar ik zweer je, eenmaal je jezelf open stelt voor wat het toppunt van lokale traditie en cultuur is, word je meegezogen in een cycloon van ambiance die je pas onder de middagzon weer uitspuwt en je uitgetergd maar voldaan achterlaat op een of andere Sevillaanse stoep. Om dan ettelijke uren later met een houten kop (remember Zjef Vanuytsel) opnieuw het daglicht te trotseren en weer van voor af aan te beginnen.

Alsof dit alles nog niet genoeg was, betekende de Feria voor mij ook het begin van een eerste, weliswaar kortstondige romance met een Sevillaanse schone. Al moeten jullie over dit laatste vooral zelf jullie streng maar rechtvaardig oordeel vellen. Meer info en beeldmateriaal kunnen op aanvraag verkregen worden.

Om maar te zeggen dat de Feria een van de absolute mijlpalen geweest is in mijn weliswaar nog prille Andalousische geschiedenis. Maar zo waren er wel meer. De Sevillanen waren immers samen met mij nog niet goed bekomen van de Feria of er wachtte hen al een nieuw delirium. Uitgerekend tijdens de Feria had Sevilla Fútbol Club zich namelijk weten te plaatsen voor de finale van de Uefacup, wat ervoor zorgde dat de helft van de lokale bevolking ondergedompeld werd in een overlopend bad van euforie. Ik zeg bewust ‘de helft’ want zoals de voetbalkenners onder jullie wellicht weten is Sevilla een stad waar Koning Voetbal een ware splijtzwam is. De helft is supporter van het eerder sjieke Sevilla F.C., de andere helft voor het meer volkse Betis. In alle geval, toen eerstgenoemde club begin mei ook daadwerkelijk de eindstrijd met groot vertoon in haar voordeel beslechtte, gingen de poorten van de Sevillaanse voetbalhemel helemaal open. Maar voor de (voetbal)liefhebbers daarover meer in een apart schrijfsel dat ik ook op deze weblog zal posten.

Om nog even in de voetbalsfeer te blijven (sorry dames), dient natuurlijk ook vermeld te worden dat ik het geluk gehad heb om mijn favoriete Spaanse ploeg, F.C. Barcelona, voor het eerst in mijn leven in levende lijve aan het werk te zien. En ook al traden ze tegen Sevilla wegens de nakende Champions League-finale niet met hun sterkste elftal aan, het was voor mij toch een beetje een droom die in vervulling ging. En het feit dat ik tijdens deze wedstrijd vanuit België het verheugende nieuws ontving dat Waregem zonet de beker gewonnen had, maakte alles natuurlijk nog mooier.

Als bij afwezigheid van de Rode Duivels mijn Spaanse surrogaat-vaderland zich nu nog tot wereldkampioen weet te kronen (wat hier sinds de overtuigende zege op Oekraïene al bijna een certitude lijkt), dan zal ik later beslist kunnen stellen dat ik een bevoorrechte getuige geweest ben van een bijna onevenaarbaar Spaans/Sevillaans voetbalhoofdstuk. Wat eigenlijk nu ook al het geval is.

Maar genoeg over voetbal nu want geen brood en spelen zonder brood natuurlijk. Er moet hier ook gewerkt worden. De eerste maand van mijn verblijf hier heb ik bewust aangewend om me “te integreren in de Sevillaanse maatschappij”. En de dag dat ik de zoektocht naar werk echt begon te intensifiëren, kreeg ik een uur nadat ik mijn sollicitatie verzonden had al een uitnodiging voor een interview. Daar maakte ik zodanig veel indruk (mits enkele leugens) dat ik meteen aangenomen werd om het harde labeur van camarero of garçon te verrichten in een restaurant in de prachtige en daarom ook zeer toeristische Santa Cruz-wijk. Ik werk vijf à zes uur per dag, waardoor tijd genoeg overblijft om te genieten van de (on)deugden van deze fel met zonlicht bestraalde en van levenskwaliteit uitpuilende stad. Edoch, er zijn momenten dat ik de Vlaamse heimat echt mis …

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18:06 Gepost door Thomas Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |